1. Op aanvraag wordt de wethouder voor uitsluitend de uitoefening van zijn ambt een mobiele telefoon ter beschikking gesteld.
2. De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met de gemeente.
3. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.
4. Voor zover de in bruikleen beschikbaar gestelde mobiele telefoon voor privédoeleinden is gebruikt, vindt een verrekening van de gesprekskosten plaats.
Hoofdstuk
Artikel 14
Mobiele telefoon
Onderdeel van Verordening Rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2016