Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Voorwaarden

Onderdeel van Verordening op de ambtelijke bijstand 2018

1.. Een ambtenaar verleent ambtelijke bijstand aan een raadslid tenzij: het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad; dit het belang van de gemeente kan schaden; de gevraagde bijstand een dusdanig groot beslag legt op de ambtelijke capaciteit dat de uitvoering van de aan de dienst of een onderdeel daarvan opgedragen werkzaamheden in het gedrang komt. 2.. De secretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het eerste lid geweigerd wordt. 3.. Als de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd deelt de secretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier en aan het raadslid dat het verzoek heeft ingediend. 4.. De secretaris verstrekt de betreffende portefeuillehouder in het college desgewenst een afschrift van het verzoek.

Rechtspraak bij dit artikel