**1..** Het college neemt bij het uitzetten en het aantrekken van middelen de volgende kaders in acht:
voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan één jaar worden tenminste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd;
er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet financiering decentrale overheden.
**2..** Het college informeert de raad als de wettelijke kasgeldlimiet, bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet financiering decentrale overheden, of de wettelijke renterisiconorm, bedoeld in artikel 1, onder h, van de Wet financiering decentrale overheden, twee achtereenvolgende kwartalen wordt overschreden.
**3..** Verstrekken van leningen en garanties en het aangaan van financiële participaties worden uitsluitend gedaan uit hoofde van de publieke taak. Het bevoegde bestuursorgaan motiveert in zijn besluit het openbaar belang van dergelijke uitzettingen van middelen, verstrekkingen van garanties en financiële participaties. Ook zorgt het bevoegde bestuursorgaan voor zekerheden en vermeldt deze in de besluitvorming.
** 4. .** Het college stelt aangaande zijn eigen taken en bevoegdheden regels op ter uitvoering van het gestelde onder het eerste tot en met derde lid, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening. Deze regels worden vastgelegd in een treasurystatuut. Het college zendt het treasurystatuut ter kennisgeving aan de raad.
**5..** Het college draagt bij de uitoefening van de financieringsfunctie zorg voor voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden om de raadsprogramma’s uit te kunnen voeren. Ook zorgt hij voor beheersing van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie zoals renterisico’s, beperking van de kosten van de leningen en voldoende rendement op de uitzettingen.
Hoofdstuk 3.
Artikel 15.
Financieringsfunctie
Onderdeel van Financiële verordening ingevolge artikel 212 van de Gemeentewet