Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 7

Bevoegdheden Regio

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Regio Gooi en Vechtstreek

Ten behoeve van de uitvoering van hoofdstuk 10 van de Wet milieubeheer wordt aan het algemeen bestuur van de Regio overgedragen de bevoegdheid tot het vaststellen van de afvalstoffenverordening als bedoeld in artikel 10.23 van de Wet milieubeheer. Ten behoeve van de uitvoering van artikel 5 van de Wet publieke gezondheid wordt aan het dagelijks bestuur van de Regio overgedragen de bevoegdheid tot verwerking van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Wet publieke gezondheid. Ten behoeve van de uitvoering van de taken vermeld in artikel 5 lid 5(leerplicht c.a.) wordt aan het algemeen bestuur de bevoegdheid tot daden van regeling en bestuur overgedragen. Ten behoeve van de uitvoering van de taken vermeld in artikel 5 lid 5 worden aan het dagelijks bestuur de navolgende bevoegdheden overgedragen: de bevoegdheden die in de Leerplichtwet 1969, de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet op de expertisecentra worden toegekend aan het college van burgemeester en wethouders; de bevoegdheid om bestuursdwang als bedoeld in artikel 125 tweede lid Gemeentewet toe te passen indien dit dient tot handhaving van de regels van de Leerplichtwet 1969. Ten behoeve van de uitvoering van de taken vermeld in artikel 5 lid 9 worden aan het dagelijks bestuur overgedragen de met de uitvoering van deze taak verband houdende bevoegdheden te weten: het onverwijld melden aan de ingevolge de Jeugdwet met toezicht belaste ambtenaren van iedere calamiteit die zich bij de verlening van jeugdhulp heeft voorgedaan en van geweld bij de verlening van jeugdhulp (artikel 4.1.8 onder 1 Jeugdwet); het treffen van een regeling voor de behandeling van klachten over gedragingen van de Crisisdienst Jeugdwet en van voor de Crisisdienst Jeugdwet werkzame personen jegens een jeugdige, ouder, ouder zonder gezag, voogd, degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag over de jeugdige uitoefent of een pleegouder in het kader van de verlening van jeugdhulp (artikel 4.2.1 Jeugdwet): het jaarlijks opstellen van een verslag over de naleving van de Jeugdwet in het voorafgaande jaar met betrekking tot regels omtrent de kwaliteit van de jeugdhulp onderscheidenlijk de kwaliteit van de uitvoering van de taken, het klachtrecht en de medezeggenschap (in artikel 4.3.1 Jeugdwet); - het gebruik van het burgerservicenummer van een jeugdige als bedoeld in artikel 7.2.1 van de Jeugdwet en het vaststellen van het burgerservicenummer van een jeugdige als bedoeld in artikel 7.2.2 van de Jeugdwet alsmede de bevoegdheid om van de verplichtingen in de artikelen 7.2.1 en 7.2.2 van de Jeugdwet af te wijken als bedoeld in artikel 7.2.6 van de Jeugdwet; de bevoegdheid tot het verwerken van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 7.4.0 lid 1 en 2 van de Jeugdwet Ten behoeve van de uitvoering van de ingevolge artikel 5 van deze gemeenschappelijke regeling overgedragen taken worden aan het dagelijks bestuur de bevoegdheden voortvloeiend uit de artikelen 35 tot en met 39 en 43 van de Wet bescherming persoonsgegevens overgedragen. Bij het uitoefenen van de onder 1 vermelde bevoegdheden worden de bij en krachtens de geldende wetgeving ter zake gestelde regels in acht genomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel