Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.3

Artikel 12.

De ontvankelijkheid van de klacht

Onderdeel van Klachtenregeling en klachtencommissie Sociaal Domein

1.. Na ontvangst van een klacht onderzoekt de commissie of een klacht ontvankelijk is. Zo nodig legt zij aan klager schriftelijke vragen voor, indien zij de beantwoording daarvan nodig acht voor de beoordeling van de punten a, b, c of d van artikel 11, tweede lid. 2.. De klacht is alleen ontvankelijk indien: zij is ingediend door of namens een persoon die daartoe gerechtigd is; zij is ingediend uiterlijk binnen een jaar na de dag waarop de gedraging jegens de klager heeft plaatsgevonden, dan wel zo spoedig mogelijk als redelijkerwijs van de klager kan worden verlangd; de gedraging waartegen zij is gericht voldoende duidelijk omschreven is; de interne klachtenregeling conform de artikelen 3 t/m 5 is gevolgd. 3.. De klacht is kennelijk niet-ontvankelijk, indien eenzelfde klacht van of namens dezelfde klager eerder bij de commissie in behandeling is of is geweest. 4.. De commissie kan het oordeel over de ontvankelijkheid van de klacht uitstellen tot na de inhoudelijke behandeling van de klacht. De klager wordt daarvan schriftelijk op de hoogte gesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel