Naar hoofdinhoud

Artikel 2.

Voorwaarden proceskostenvergoeding

Onderdeel van Beleidsregels proceskostenvergoeding bezwaarfase gemeentelijke belastingen 2018

De voorwaarden welke zijn genoemd in artikel 7:15 lid 2 Awb en in het Besluit proceskosten bestuursrecht zijn onverminderd van toepassing, alsmede de voorwaarden opgenomen in de bijlage “Voorwaarden proceskostenvergoeding”. Tevens gelden de volgende uitgangspunten: Er bestaat een vergoedingsplicht in de gevallen waarin het bestreden besluit wegens onrechtmatigheid wordt herroepen en deze onrechtmatigheid aan het bestuursorgaan te wijten is. Onrechtmatigheid moet worden opgevat als “genomen in strijd met het recht”. Indien een gebonden beschikking wordt herroepen, staat de onrechtmatigheid vast. Als de heroverweging daarentegen plaatsvindt op beleidsinhoudelijke gronden, is er geen sprake van onrechtmatigheid. Alléén vormfouten of motiveringsgebreken leiden evenmin tot een vergoedingsplicht. Vergoedingsplicht kan wel bestaan als het inhoudelijk foutieve besluit een gevolg is van een reken-, invoer- en/of schrijffout. Vergoed worden uitsluitend kosten die belanghebbende redelijkerwijs heeft gemaakt in verband met de behandeling van zijn bezwaar. Om voor vergoeding in aanmerking te komen, moeten nota’s en betalingsbewijzen worden overgelegd. De vergoeding wordt uitbetaald aan belastingschuldige zelf, tenzij er duidelijk in de machtiging is aangegeven dat dit aan gemachtigde dient te gebeuren. Bij een gedeeltelijke tegemoetkoming aan het bezwaar, geldt een kostenvergoeding evenredig aan de tegemoetkoming.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel