Naar hoofdinhoud
1.. Een zaak wordt aangemerkt als van gemiddeld gewicht, waarbij de wegingsfactor bepaald wordt op 1, tenzij het belang of de gecompliceerdheid van het bezwaar aanleiding geven tot het bepalen van een afwijkende wegingsfactor. 2.. Het belang van een bezwaar geeft aanleiding tot het bepalen van de wegingsfactor op: a. 0,25 wanneer een waarde met een percentage tot 5% wordt verlaagd; b. 0,50 wanneer een waarde met een percentage tussen de 5% en de 10% wordt verlaagd. 3.. De gecompliceerdheid van een bezwaar geeft aanleiding tot het bepalen van de wegingsfactor op: a. 0,25 wanneer een waarde of aanslag wordt verminderd vanwege: 1 de onjuiste registratie van een bijgebouw; 2 een kenbare schrijf- of rekenfout in de beschikking/belastingaanslag; 3 recidive; 4 een summier, danwel niet adequaat onderbouwd bezwaarschrift; 5 een verwijzing naar een gerechtelijke procedure; 6 het onjuiste eigendom- en/of gebruik; 7 een verkooptransactie van onderhavig object; 8 enkel een verwijzing naar een taxatierapport. b. 0,50 wanneer een waarde wordt verminderd vanwege: 1 een onjuiste objectafbakening; 2 een onjuist gestandaardiseerd voortgangspercentage bij een object in aanbouw; 3 een buiten het bezwaarschrift gelegen grond; 4 een bezwaarschrift dat tekstueel in hoofdzaak overeenkomt met andere bezwaarschriften van de betreffende gemachtigde. 5 een door belanghebbende aangedragen verkoopcijfer van een vergelijkbaar object dat rond de waardepeildatum is gerealiseerd. 4.. Bij het bepalen van de wegingsfactor weegt de gecompliceerdheid van het bezwaar, zwaarder dan het belang. 5.. Bij het bepalen van een hogere wegingsfactor dan gemiddeld, wordt dit per individuele zaak beoordeeld, waarbij rekening gehouden wordt met de juridische en inhoudelijke complexiteit.

Rechtspraak bij dit artikel