1. Burgemeester en wethouders weigeren de huisvestingsvergunning indien:
a. het huishouden niet voldoet aan de toelatingscriteria genoemd in artikel 2.2.1;
b. het huishouden al in het bezit is van een huisvestingsvergunning;
c. het huishouden op grond van het bepaalde in artikel 2.3.6 en 2.3.6a niet voor de huisvestingsvergunning in aanmerking komt;
d. het niet aannemelijk is dat het huishouden de woonruimte in gebruik zal nemen; of,
e. de verhuurder, gelet op haar taak als toegelaten instelling en/of haar belang als verhuurder, daaronder mede begrepen haar verantwoordelijkheid voor de bescherming van de belangen van de overige huurders en voor de waarborging van het woongenot, redelijkerwijs het sluiten van een huurovereenkomst met aanvrager heeft kunnen weigeren.
2. Burgemeester en wethouders verlenen de huisvestingsvergunning indien geen van de in het eerste lid genoemde weigeringsgronden zich voordoen.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.3.2
Weigeringsgronden van de huisvestingsvergunning
Onderdeel van Huisvestingsverordening Haarlemmermeer 2018