Bijstand wordt verleend, tenzij;
het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad;
dit het belang van de gemeente kan schaden;
de ermee gemoeide werkzaamheden een onevenredig beslag leggen op de capaciteit;
het verzoek een kennelijk discriminerende strekking heeft jegens individuele personen of groepen van personen.
HOOFDSTUK 2
Artikel 5
Weigeringsgronden
Onderdeel van Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2017