In gevallen waarin de commissie hoort en adviseert over bezwaarschriften, oefent de voorzitter van de commissie voor de toepassing van deze verordening de bevoegdheden uit ingevolge de hierna genoemde artikelen van de Algemene wet bestuursrecht:
artikel 2:1, tweede lid, wat betreft het opvragen van een schriftelijke machtiging van de gemachtigde;
artikel 6:6, wat betreft het aan de indiener stellen van een termijn voor het herstellen van een verzuim;
artikel 6:17, wat betreft de verzending van stukken tijdens de behandeling door de commissie;
artikel 7:3, wat betreft het afzien van het horen van belanghebbenden;
artikel 7:4, tweede lid, wat betreft het ter inzage leggen van stukken;
artikel 7:6, vierde lid, wat betreft het achterwege laten van informatie omtrent het verhandelde tijdens het horen.