Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 11

Artikel 2:57

Loslopende honden, verboden plaatsen en identificatie

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Uitgeest 2018

1. . De eigenaar, houder of verzorger van een hond is verplicht zorg te dragen dat deze: steeds is aangelijnd behoudens op een afgesloten erf; zich niet bevindt op een terrein bij een ander in gebruik, tenzij de eigenaar of gebruiker van dat terrein daartoe toestemming verleend. 2. . Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats. 3. . Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op geleidehonden, politiehonden en jachthonden, wanneer deze als zodanig gebruikt worden. 4. . Het college kan gedeelten van de gemeente aanwijzen, waar het bepaalde in het eerste lid onder a, niet van toepassing is.

Rechtspraak bij dit artikel