1. Voor elke markt stellen burgemeester en wethouders een inrichtingsplan vast, dat in elk geval bevat:
a. aanduiding van de dagen en de uren waarop en eventueel de periode waarin de markt wordt gehouden (markttijd);
b. een kaart van de markt;
c. mededeling dat het anciënniteitsstelsel van artikel 5 van toepassing is;
d. aanduiding dat nieuwe weekmarktstandplaatsen kunnen worden verstrekt volgens het lotingstelsel van artikel 8;
e. dat het verbod om te bedienen zonder vergunning geldt.
2. Op de kaart zijn aangegeven:
a. de grenzen van het werkingsgebied (In grote lijnen de kernwinkelgebieden van Annen, Rolde en Gieten);
b. de grenzen van de markt;
c. de plaatsen of gebieden die bestemd zijn voor houders van een weekmarktvergun-ning;
d. de plaatsen of gebieden die bij voorrang zijn bestemd voor een of meer branches of artikelgroepen alsmede, de maximum aantallen weekmarktplaatsen die voor een of meer branches of artikelgroepen of combinaties daarvan kunnen worden afgegeven;
3. Het inrichtingsplan is aanwezig bij de marktmeester en in te zien.