Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening Peuteropvang VVE Gemeente Nijmegen’.
Artikelsgewijze toelichting
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1 Definities
De begripsbepalingen in artikel 1 en 2 van de Wet kinderopvang en in de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen zijn ook van toepassing op deze verordening. Alleen de in deze artikelen niet gedefinieerde begrippen zijn aangevuld.
SUBSIDIE PEUTEROPVANG VVE
Artikel 2 Aanspraak
Enkel voor ouders waarvan het kind gebruik maakt van een voorziening voor peuteropvang kan subsidie worden aangevraagd. Deze subsidie wordt alleen verstrekt als het een peuteropvang betreft van een aanbieder die is opgenomen in het gemeentelijk register peuteropvang, hetgeen gebeurt als wordt voldaan aan bepaalde kwaliteitseisen.
Artikel 3 Aanvraag en aanvraagtermijn
Een aanvraag voor de toekenning van een subsidie moet worden ingediend bij het college. Deze aanvraag dient aan een aantal eisen te voldoen, die worden genoemd in artikelen 2 tot en met 11.
De gemeente Nijmegen heeft in de verordening een beslistermijn van 8 weken, na ontvangst van alle benodigde gegevens, opgenomen. Deze termijn kan eventueel worden verlengd met 4 weken. Het feit dat het college een termijn van acht weken heeft om te beslissen over een aanvraag, wil uiteraard niet zeggen dat het college deze termijn ook in alle gevallen moet benutten. De gemeente zal er naar moeten streven de behandelingstermijn van aanvragen zo kort mogelijk te houden en met name aanvragen waar spoed mee geboden is direct af te handelen.
Artikel 4 Subsidiegrondslag
Een kind behoort tot de doelgroep VVE als uit indicatie van de GGD blijkt dat het een (potentiële) ontwikkelingsachterstand heeft.
BEPALINGEN OMTRENT SUBSIDIE VOOR PEUTEROPVANG VVE
Artikel 5 Bevoorschotting
De subsidieverstrekking vindt plaats in de vorm van maandelijkse voorschotten. Dit betekent dat het totale bedrag waarop de aanvrager recht heeft, wordt gedeeld in twaalf gelijke delen (indien de aanvraag het gehele jaar betreft).
De gemeente betaalt de subsidie uit aan de aanbieder van het bestuur of directie van een aanbieder van peuteropvang VVE. De ouder machtigt het bestuur of directie om de aanvraag te doen. Deze machtiging verandert juridisch gezien niets aan de verhouding tussen de gemeente en de ouder. Ook al wordt het bedrag gestort op de rekening van het kindercentrum, er blijft sprake van een betaling van subsidie van gemeente aan de ouder.
Artikel 6 Subsidieduur
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Artikel 7 Verplichtingen peuteropvang
Ook als de tegemoetkoming is vastgesteld, is het college in bepaalde gevallen bevoegd de beschikking tot het vaststellen van de tegemoetkoming in te trekken of ten nadele van de ontvanger van de subsidie te wijzigen.
Als een aanbieder de inlichtingenplicht schendt en als gevolg hiervan ten onrechte subsidie heeft ontvangen of een te hoog bedrag, kan het college de beschikking tot het verlenen of tot het vaststellen van de tegemoetkoming intrekken of wijzigen en het te veel betaalde bedrag terugvorderen.
In de Awb is geregeld op welke gronden een subsidie (een tegemoetkoming in de terminologie van de Wet kinderopvang) kan worden ingetrokken en teruggevorderd.
Artikel 8 Weigeringsgronden
De peutertoeslag is bedoeld om de toegankelijkheid van voorzieningen voor peuteropvang waar kinderen opvang kunnen combineren met ontwikkelingsstimulering en voorbereiding op de basisschool, voor alle peuters te borgen.
Artikel 9 Verantwoording
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Artikel 10 Vaststelling subsidie
Aanbieders mogen peutergroepen wel duurder maken, maar voor de kosten die boven dit bedrag uitkomen, wordt geen subsidie verstrekt.
Artikel 11 Overig
Deze bepaling behoeft geen nadere toelichting.
SLOTBEPALINGEN
Artikelen 12 tot en met 16
Deze artikelen behoeven geen verdere toelichting.