De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de wet worden voor de toepassing van deze verordening gemandateerd aan de secretaris:
6:6, voor wat betreft het geven van de gelegenheid het verzuim te herstellen en het stellen van een termijn als bedoeld in dat artikel;
6:10, tweede lid;
6:15;
7:10, derde, vierde en vijfde lid.