Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 13

Hoorzitting

Onderdeel van Verordening bezwaarschriften Barendrecht 2018

1.. De secretaris bepaalt plaats en tijdstip van de hoorzitting waarin belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten horen. 2.. De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3, onder b tot en met e, en artikel 7:6, tweede en vierde lid, van de wet. 3.. Indien de voorzitter op grond van het tweede lid besluit af te zien van het horen, doet hij daarvan mededeling aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan. 4.. De secretaris nodigt de belanghebbenden en het verwerend orgaan ten minste twee weken voor de hoorzitting uit. 5.. In bijzondere omstandigheden kan van de termijn als bedoeld in het vierde lid worden afgeweken. 6.. Het horen vindt plaats door tenminste twee leden, van wie één voorzitter is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel