**1..** De secretaris bepaalt plaats en tijdstip van de hoorzitting waarin belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten horen.
**2..** De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3, onder b tot en met e, en artikel 7:6, tweede en vierde lid, van de wet.
**3..** Indien de voorzitter op grond van het tweede lid besluit af te zien van het horen, doet hij daarvan mededeling aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan.
**4..** De secretaris nodigt de belanghebbenden en het verwerend orgaan ten minste twee weken voor de hoorzitting uit.
**5..** In bijzondere omstandigheden kan van de termijn als bedoeld in het vierde lid worden afgeweken.
**6..** Het horen vindt plaats door tenminste twee leden, van wie één voorzitter is.