Om een persoonsgebonden budget toegekend te krijgen moet de cliënt aan drie wettelijke voorwaarden (Wmo2015 artikel 2.3.6) voldoen. Het is aan de consulent Beschermd Wonen om te beoordelen of hieraan wordt voldaan. Zo beoordeelt de consulent Beschermd Wonen onder meer:
De kennis van de cliënt over de rechten en plichten die horen bij het beheer van een persoonsgebonden budget;
Het mogelijkheden van de cliënt om degene die de ondersteuning verleend aan te sturen;
of de ondersteuning veilig, doeltreffend en cliëntgericht is.
Ad 1.
De cliënt moet in staat zijn de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren. Wanneer de cliënt dit niet zelf kan, kan hij hiervoor hulp vanuit zijn sociaal netwerk of van zijn vertegenwoordiger krijgen. De consulent Beschermd Wonen zal beoordelen of de cliënt, eventueel met hulp, in staat is de bedoelde taken op verantwoorde wijze uit te voeren. Het belang van degene die de ondersteuning met het persoonsgebonden budget biedt, mag nadrukkelijk niet boven het belang van de cliënt staan. De mate waarin de persoon aan wie het persoonsgebonden budget wordt besteed, invloed heeft op het besluit om voor een persoonsgebonden budget te kiezen, speelt daarbij een belangrijke rol. De budgethouder kan worden gevraagd na een aangegeven periode een evaluatie/voortgangsverslag in te dienen.
Ad 2.
De cliënt moet motiveren waarom hij de maatwerkvoorziening als persoonsgebonden budget wil ontvangen.
Ad 3.
De centrumgemeente moet beoordelen of de met het persoonsgebonden budget in te kopen ondersteuning veilig, doeltreffend en cliëntgericht is.
Om de veiligheid van de ondersteuning te waarborgen moet:
de begeleiding 24 uur bereikbaar zijn. Bij de varianten wonen beschermd – ontwikkeling en wonen beschermd – stabilisatie moet de begeleiding altijd aanwezig zijn. Bij de andere varianten moet de begeleiding binnen 20 minuten ter plaatse kunnen zijn;
dient de organisatie aantoonbaar maatregelen te nemen om de veiligheid van de cliënten en omgeving waarin zij wonen te waarborgen;
moet de organisatie minimaal twee beroepskrachten in dienst hebben;
heeft minimaal één van de bij de cliënt betrokken beroepskrachten (dus geen betrokken behandelaar vanuit de Zorgverzekeringswet o.i.d.) een relevante Hbo-opleiding (of Mbo-opleiding met door ervaring verkregen gelijkwaardigheid aan een Hbo-opleiding).
De doeltreffendheid en cliëntgerichtheid van de ondersteuning uit zich in dat:
de organisatie de cliënt betrekt bij het opstellen en evalueren van het ondersteuningsplan;
de organisatie met de cliënt duidelijk afspreekt op welke momenten professionele ondersteuning vanuit een GGZ instelling/ hulpverlener ingeschakeld wordt en de ondersteuning afstemt op eventuele behandeling;
de organisatie zorgt voor goede afspraken over de begeleiding van de cliënt als hij/ zij niet alleen kan reizen, bij doktersbezoek of boodschappen doen;
de organisatie met de cliënt zoekt naar een passende, stimulerende dagactiviteit, waarbij zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van algemene voorzieningen en van de mogelijkheden van de cliënt om als vrijwilliger, in arbeidsmatige werkprojecten of in een beschutte omgeving werkzaamheden te verrichten. De dagbesteding is bij voorkeur zo dichtbij de woonplek dat de cliënt hier zelfstandig naartoe kan;
de organisatie de cliënt ondersteunt bij het omgaan met geld, helpt hem de uitgaven en inkomsten in evenwicht te houden;
de organisatie erop toe ziet dat de cliënt zichzelf goed verzorgt (persoonlijke hygiëne);
Artikel 5.2.1
Wettelijke voorwaarden
Onderdeel van Beleidsregels beschermd wonen 2018 gemeente Aalten