De uitstroompremie kan eenmalig toegekend worden aan de uitkeringsgerechtigde die:
1. vanuit de uitkering uitstroomt naar ongesubsidieerde arbeid of vanuit gesubsidieerde arbeid naar ongesubsidieerde arbeid uitstroomt en daarmee inkomen verwerft waardoor hij of zij niet meer afhankelijk is van de uitkering en;
2. deze baan ten minste zes maanden aaneen heeft behouden, en
3. in de periode direct voorafgaand aan de werkaanvaarding tenminste 12 maanden aaneengesloten recht had op een uitkering, en
4. in een periode van 4 jaar voorafgaande aan de werkaanvaarding niet eerder een uitstroompremie heeft ontvangen.
Artikel 2
Voorwaarden voor het verstrekken van een uitstroompremie
Onderdeel van Onderwerp Beleidsregel uitstroompremie naar regulier werk