Naar hoofdinhoud
1.. Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of van het Besluit op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. 2.. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. 3.. Het verbod geldt niet voor zover in het daar in geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet Geluidhinder, de Zondagswet, de Wet Openbare Manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Omgevingsverordening Limburg. 4.. Het verbod geldt niet voor het rijden met een geluidswagen mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: met een geluidswagen mag slechts gereden worden tussen 09.30 en 18.00 uur en niet op zon- en feestdagen; met de geluidswagen mag niet onnodig worden gestopt op of nabij kruispunten, terwijl voorts geen standplaats mag worden ingenomen met een in werking zijnde geluidsinstallatie; geen geluid door middel van geluidsinstallaties wordt voortgebracht nabij kerken, scholen en begraafplaatsen. 5.. Het verbod geldt niet voor vergunningvrije evenementen, als bedoeld in artikel 2.15, vierde lid, mits het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) van de mechanische en/of levende muziek op de gevel van gevoelige gebouwen niet meer bedraagt dan: 70 dB(A) in de dagperiode van 07.00 – 19.00 uur; 65 dB(A) in de avondperiode van 19.00 – 23.00 uur. 6.. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel