Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 5.

Voorzitter

Onderdeel van Verordening op de commissies 2018

1.. De voorzitter en zijn plaatsvervanger worden door de raad uit zijn midden benoemd. 2.. De voorzitter is geen lid van de raadscommissie. Dit verbod geldt niet voor de plaatsvervangend voorzitter. 3.. De voorzitter is belast met: het leiden van de vergadering; het handhaven van de orde; het doen naleven van deze verordening; hetgeen deze verordening hem verder opdraagt. 4.. De raad kan de voorzitter of zijn plaatsvervanger ontslaan. 5.. De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. 6.. Indien door overlijden of ontslag een vacature van de voorzitter of zijn plaatsvervanger ontslaat beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming van artikel 4 en dit artikel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel