**1..** Een medewerker met een volledig dienstverband heeft gedurende de periode van 1 januari tot en met 31 december 2018 recht op 16 bovenwettelijke vakantie-uren.
**2..** Een medewerker met een volledig dienstverband heeft gedurende de periode van 1 januari tot en met 31 december 2019 recht op 20 bovenwettelijke vakantie-uren.
**3..** Een medewerker met een volledig dienstverband heeft met ingang van 1 januari 2020 recht op 24 bovenwettelijke vakantie-uren.Alle op grond van deze regeling toe te kennen bovenwettelijke vakantie-uren worden berekend op basis van de voor de medewerker geldende deeltijdfactor.
**4..** Alle op grond van deze regeling toe te kennen bovenwettelijke vakantie-uren worden berekend op basis van de voor de medewerker geldende deeltijdfactor.
**5..** Onverminderd het eerste tot en met derde lid kan de medewerker op drie manieren bovenwettelijke vakantie-uren verkrijgen:
indien regelmatig en in belangrijke mate op onregelmatige uren wordt gewerkt, respectievelijk indien de in artikel 3:13 CAR genoemde verplichting regelmatig en in belangrijke mate op de medewerker rust, als bedoeld in artikel 6:2:1, vierde lid van de CAR-GUWO.
vanwege een toegekend verzoek om de arbeidsduur per jaar te mogen overschrijden, als bedoeld in artikel 6:2, tweede lid van de CAR-GUWO;
vanwege het kopen van vakantie-uren door middel van het IKB, als bedoeld in artikel 3:29, eerste lid, onderdeel a van de CAR-GUWO.
**6..** Deze uren worden na toekenning toegevoegd aan het bovenwettelijk verlof.
**7..** Indien in een kalenderjaar de bovenwettelijke vakantie-uren geheel of gedeeltelijk niet zijn opgenomen, verjaren deze uren 60 maanden na afloop van dat kalenderjaar. De verjaring kan worden gestuit door een schriftelijke mededeling van de medewerker aan de werkgever, waarin de medewerker te kennen geeft dat hij de beschikking wil blijven houden over de vakantie-uren die dreigen te verjaren.
Artikel 3