Naar hoofdinhoud
Gebouwen en inventaris 5.1. De gemeente verzekert haar opstallen en inventaris, met een waarde hoger dan € 100.000,-- minimaal tegen brand, vliegtuig en stormschade (de zogenaamde kale brandverzekering) 5.2. Opstallen worden verzekerd tegen herbouwwaarde. 5.3. Opstallen die op de nominatie staan om gesloopt te worden, worden tegen enkel de sloopwaarde verzekerd. 5.4. Inventaris wordt verzekerd tegen nieuwwaarde. 5.5. Het verzekeren van de opstallen en inventaris tegen uitgebreide gevaren is optioneel. Hiertoe dient een kosten / baten analyse ten grondslag te liggen. 5.6. De gemeente indexeert de verzekerde bedragen van de opstallen jaarlijks met de indexcijfers voor de herbouwkosten voor gebouwen. 5.7. De gemeente taxeert haar opstallen (al dan niet via een roulerend patroon) minimaal 1 keer in de 6 jaar. De kosten worden toegerekend aan de directies naar rato van het verzekerd bedrag. 5.8. De gemeente verzekert het risico dat objecten abusievelijk niet opgenomen worden onder de “brand/opstal” polis (clausule vergeten objecten). Hierbij geldt een termijn van maximaal 3 jaar. 5.9. Vervolgschade door brand en uitgebreide gevaren worden via clausules extra kosten en reconstructiekosten bij de brandpolis verzekerd. Een risico-analyse en kosten-baten analyse dient hieraan ten grondslag te liggen. 5.10. Inventaris objecten die een aanzienlijke waarde vertegenwoordigen, zeer kwetsbaar zijn, dan wel regelmatig buiten de opstallen worden gebruikt of verblijven kunnen ondergebracht worden onder een specifieke verzekering met gelijktijdige verwijdering van de opstal/inventaris verzekering omwille van het vermijden van dubbele dekking (zie ook punt 27 instrumentenverzekering). 5.11. De beoordeling van het risico en de beslissing tot het al dan niet additioneel verzekeren wordt gemaakt door de directeur van de directie/gemeentelijke dienst waarbij het risico zich voordoet op basis van een risico-analyse en kosten/baten analyse. Materieel 5.12. De gemeente verzekert haar wagenpark tegen wettelijke aansprakelijkheid (wettelijke verplichting) 5.13. De programmadirecteuren(met een wagenpark) bepalen zelf de noodzaak om aanvullende verzekeringen af te sluiten op basis van een risico-analyse en een kosten/baten analyse (casco, inzittenden bestuurdersaansprakelijkheid). 5.14. Het wagenpark dat niet meer all risk verzekerd is maar wel regelmatig gezamenlijk gestald wordt in een overdekte stalling dient via de opstalpolis (brandverzekering) verzekerd te worden tegen het brandrisico. 5.15. De gemeente verzekert haar werkmaterieel en werkvaartuigen tegen wettelijke aansprakelijkheid (wettelijke verplichting) 5.16. De programmadirecteuren(met werkmaterieel) bepalen zelf de noodzaak het werkmaterieel/ werkvaartuigen tegen casco of andere dekkingsmogelijkheden te verzekeren. 5.17. Het werkmaterieel dat niet all risk verzekerd is maar wel regelmatig gezamenlijk gestald wordt in een overdekte stalling dient via de brandpolis verzekerd te worden tegen het brandrisico en diefstal. 5.18. De programmadirecteuren kunnen besluiten instrumenten, apparatuur en of kostbaarheden tegen risico’s te verzekeren op all –risk basis. Een risico-analyse en kosten-baten analyse dient hieraan ten grondslag te liggen. 5.19. Indien programmadirecteuren besluiten objecten all-risk te verzekeren dienen de objecten uit de opstal/inventaris verzekering te worden verwijderd.

Rechtspraak bij dit artikel