**1..** Voor openstaande vorderingen inzake belastingen en retributies wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd. Hiervoor wordt de volgende staffel gehanteerd: 3 jaar en ouder 100 % van het openstaande saldo, 2 jaar 85 % van het openstaande saldo, 1 jaar 35 % van het openstaande saldo, <1 jaar 2,4 % van de begrotingsopbrengst van het jaar. Waarvan het laatste percentage (voor posten < 1 jaar) jaarlijks bij de jaarrekening wordt berekend door het gemiddelde percentage van de werkelijk oninbaar geboekte vorderingen van de vijf jaar voorafgaand aan het laatste aanslagjaar te nemen.
**2..** Voor openstaande vorderingen debiteuren sociale zaken (bijstandsverstrekking) wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van het historische percentage van oninbaarheid, met uitzondering van individuele vorderingen groter dan € 25.000, op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen, wordt 100 % van de openstaande debiteuren voorzien.
**3..** Voor de niet in het eerste en tweede lid genoemde vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd voor 100 % van de openstaande posten ouder dan 3 jaar. Openstaande posten van het Rijk en andere overheden worden hierin niet meegenomen. Openstaande posten van > € 25.000 waarvan de incasso discutabel is, worden geheel opgenomen.
Het % in lid 1 is aangepast van 2,6% naar 2,4% zodat deze beter aansluit bij de werkelijkheid
Hoofdstuk 1 › Paragraaf 1.3
Artikel 9.
Voorziening voor oninbare vorderingen
Onderdeel van Financiële verordening 2018