Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1 › Paragraaf 1.3

Artikel 13.

Financieringsfunctie

Onderdeel van Financiële verordening 2018

1.. Het college zorgt bij het uitoefenen van de financieringsfunctie voor: het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te voeren; het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s. Valutarisico’s worden uitgesloten door uitsluitend leningen te verstrekken aan te gaan of te garanderen in euro’s; het beperken van de kosten van leningen en het bereiken van een voldoende rendement op uitzettingen; het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. 2.. Het college neemt bij het uitzetten en het aantrekken van middelen de volgende kaders in acht: voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan één jaar worden tenminste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd, waarvan de keuze schriftelijk gemotiveerd wordt vastgelegd en er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet financiering decentrale overheden. 3.. Het college informeert de raad vooraf als: het kasgeldlimiet voor het derde achtereenvolgende kwartaal wordt overschreden en legt een plan voor om binnen de kasgeldlimiet te blijven; de wettelijke renterisiconorm wordt overschreden. 4.. Bij het uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het aangaan van financiële participaties uit hoofde van de publieke taak bedingt het college indien mogelijk zekerheden. Het college motiveert in zijn besluit het publieke belang van dergelijke uitzettingen van middelen, verstrekkingen van garanties en financiële participaties. 5.. De gemeente verstrekt geen leningen of garanties aan derden vanwege haar “publieke taak” behoudens de garantieverleningen op grond van de Wet Sociale Woningbouw. Bij uitzondering, ingeval sprake is van een zeer zwaarwegend belang van de gemeente, kan de raad hiertoe besluiten. Hierbij wordt de financiële positie en de kredietwaardigheid van de betreffende partij meegewogen. Dit artikel is nader uitgewerkt ten opzichte van de oude verordening. Het onderdeel PARAGRAFEN is niet meer opgenomen in de financiële verordening. De nadere regels hieromtrent zijn opgenomen in de BBV. Er worden geen uitzondering op deze regels voorgesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel