Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1 › Paragraaf

Artikel 15.

Grondexploitaties

Onderdeel van Financiële verordening 2018

In artikel 15, 16, 17 en 18 zijn de regels uit de oude verordening verder uitgewerkt. 1.. Voordat gronden in exploitatie worden genomen, wordt een grondexploitatie opgesteld. De grondexploitatie wordt vastgesteld en geopend door de raad. 2.. De grondexploitatie bevat tenminste een opstelling van: een planologische kaart van het te exploiteren grondgebied met plangrenzen; een beschrijving van het te ontwikkelen programma en de uit te voeren werken; een uitvoeringsplanning en een vooraf gedefinieerde looptijd; een risico analyse; de (geraamde) ontwikkelingskosten voor vervaardiging van bouwrijpe grond, inclusief een eventuele bijdrage aan bovenwijkse voorzieningen. De kostensoorten die hier geactiveerd mogen worden zijn aangegeven in de kostensoortenlijst conform artikel 6.2.3, 6.2.4 en 6.2.5 van het Besluit Ruimtelijke Ordening; de (geraamde) opbrengsten van de in exploitatie te nemen gronden, gebaseerd op de jaarlijks vast te stellen nota Grondprijzen, en overige inkomsten waaronder subsidies en/of bijdragen van derden; de resultaten van tijdelijk beheer, inclusief rente over het geïnvesteerd vermogen/de boekwaarde; de resultaten van tijdelijk beheer, inclusief rente over het geïnvesteerde vermogen/de boekwaarde; het eindresultaat van de exploitatie op eindwaarde en contante waarde per boekjaar. 3.. Jaarlijks wordt per grondexploitatie en voor het geheel van exploitaties een geactualiseerd meerjarenperspectief (MPG) opgesteld gebaseerd op actuele parameters voor kosten-en opbrengstenstijging en wordt deze ter vaststelling voorgelegd aan de raad bij de Voorjaarsnota. Hierbij dienen per grondexploitatie minimaal de volgende zaken te worden behandeld: de herziene onderdelen zoals vermeld in lid 2 van dit artikel, respectievelijk een eenduidige verwijzing naar een eerdere vaststelling als onderdelen niet zijn gewijzigd; de gerealiseerde kosten en opbrengsten tot aan de herziening en de oude versus de nieuwe prognoses; een analyse van de verschillen ten opzichte van de laatst vastgestelde grondexploitatie. 4.. Een grondexploitatie wordt daarnaast herzien door een besluit van de raad. Een herzieningsbesluit van een grondexploitatie is nodig in het geval dat: de kosten en/of opbrengsten meer dan 10% afwijken van de laatst vastgestelde grondexploitatie en de afwijking groter is dan € 100.000; het programma substantieel afwijkt van het laatste bestuurlijk vastgestelde programma; het saldo op de contante waarde meer dan € 100.000 afwijkt van de laatst vastgestelde grondexploitatie. het referentiekader moet worden aangepast. 5.. De uitgaven binnen een door de raad bij de MPG vastgestelde grondexploitaties worden, voor het komende begrotingsjaar, geautoriseerd bij het vaststellen van de jaarbegroting. 6.. Een complex of deelcomplex wordt, bij raadsbesluit, geliquideerd wanneer (nagenoeg) alle tot het complex behorende gronden hun eindbestemming hebben bereikt, juridisch en economisch zijn geleverd en er geen uitgaven of inkomsten meer te verwachten zijn. 7.. Aan grondexploitaties kan overhead worden toegerekend (BBV 63 lid 3). Zandvoort kiest er voor om geen overhead toe te rekenen aan grondexploitaties

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel