Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1 › Paragraaf 1.2

Artikel 6.

Tussentijdse rapportage

Onderdeel van Financiële verordening 2018

1.. Het college informeert de raad gedurende het jaar door middel van 2 tussentijdse rapportages over de verwachte realisatie van de begroting over het hele jaar. In de oude verordening is opgenomen dat er gerapporteerd wordt over de eerste 3 en de eerste 9 maanden van het lopende boekjaar. Dit is achterwege gelaten. Relevant is dat er 2 maal tussentijds aan de raad wordt gerapporteerd. 2.. De tussentijdse rapportages bevatten een overzicht met de bijgestelde raming van: de baten en lasten per programma en beleidsveld/thema; de algemene dekkingsmiddelen; een overzicht van de overhead en de geraamde vennootschapsbelasting het resultaat voor bestemming volgend uit de onderdelen a en b; de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma; het resultaat na bestemming (volgend uit de onderdelen c en d); het verloop overzicht van de uitvoering van verleende kredieten. 3.. De tussentijdse rapportage (Voorjaarsnota) die voor de begrotingsbehandeling wordt uitgebracht, bevat tevens een uiteenzetting over de uitvoering en de bijstelling van het beleid en de realisatie en raming van de uitputting van de investeringskredieten. Is toegevoegd om de raad beter in positie te brengen 4.. In elk geval bij de behandeling van de tussenrapportages in de raad doet het college voorstellen voor wijziging van de geautoriseerde budgetten (op programmaniveau) en investeringskredieten en bijstelling van het beleid. Is toegevoegd om de raad beter in positie te brengen 5.. In de tussenrapportages worden afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van baten en lasten van thema’s in de begroting kleiner dan € 10.000 niet toegelicht. Het bedrag is opgehoogd tot € 10.000. In de oude verordening is onder artikel 7 het EMU-saldo opgenomen. Dit is een wettelijke verplichting en daarom niet meer in deze verordening opgenomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel