In artikel 43, lid 1 van het BBV worden onderscheidt gemaakt tussen twee typen reserves:
de algemene reserve. De algemene reserve vormt het vrij besteedbare eigen vermogen van de gemeente. De belangrijkste functie van deze reserve is het vormen van een buffer voor financiële tegenvallers en onvoorziene risico’s, en is dan ook een belangrijk onderdeel van het weerstandsvermogen. Daarnaast kan de algemene reserve ingezet worden om de gemeentelijke financiën stabiel te houden, door schommelingen op te vangen.
de bestemmingsreserves. In artikel 43, lid 2 van het BBV wordt een bestemmingsreserve gedefinieerd als een reserve, waaraan de raad een bepaalde bestemming heeft gegeven. Een bestemmingsreserve is te besteden aan het doel waarvoor deze door de raad is ingesteld. De bestemming kan door de raad worden aangepast.
Het voordeel van het inzetten van een reserve is dat er geen noodzaak is tot het aantrekken van vreemd vermogen en de daarmee gemoeide extra kosten.