Naar hoofdinhoud
1.. Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen in het openbaar water binnen het op kaart A met een enkele arcering aangegeven gedeelte van het gebied. 2.. Het verbod in het eerste lid geldt niet: langs de oever van een perceel in particulier eigendom waar een woonschip, woning of recreatiewoning is toegestaan, voor maximaal 2 vaartuigen met een lengte van maximaal 12 meter en 2 open vaartuigen met lengte van maximaal 4 meter en een breedte van maximaal 1,5 meter; langs de oever van een perceel in particulier eigendom waar geen woonschip, woning of recreatiewoning is toegestaan tussen zonsopgang en zonsondergang, voor 2 vaartuigen met een lengte van maximaal 12 meter; in open water, op plaatsen waar het vaarverkeer niet gehinderd wordt, tussen zonsopgang en zonsondergang; op openbare aanlegplaatsen gedurende maximaal 3 opeenvolgende dagen of gedeelten daarvan, mits niet binnen 4 dagen dezelfde ligplaats of een ligplaats binnen 300 meter van de vorige ligplaats wordt ingenomen en mits in één seizoen niet langer dan gedurende 3 weken ligplaats wordt ingenomen op openbare aanlegplaatsen in het gebied. Het bestuur kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats nadere regels stellen in het belang van de veiligheid, het voorkomen van schade en overlast en de bescherming van natuur- en landschap. 3.. Voor vaartuigen waarmee een werk wordt uitgevoerd en waarvoor, indien vereist, van overheidswege schriftelijk toestemming is verleend geldt het verbod in het eerste lid niet zolang dit werk met gebruikmaking van dat vaartuig wordt uitgevoerd. De uitzonderingen van het verbod in het eerste lid zoals genoemd in het tweede lid gelden niet voor vaartuigen die zijn bestemd voor het uitvoeren van werken. 4.. Ligplaats innemen dient te geschieden met de lange zijde van het vaartuig langs de oever, tenzij een openbaar aanlegplaats anders afmeren mogelijk maakt. 5.. Ligplaats innemen langs oevers dient te gebeuren minimaal 1 meter uit een rietkraag en zodanig dat geen schade wordt of kan worden toegebracht aan rietkragen en/of oevers.

Rechtspraak bij dit artikel