Om tot een oplossing te komen wordt gewerkt met resultaatvelden. De verschillende resultaatvelden gerangschikt op basis van de levensdomeinen van de zelfredzaamheidsmatrix, al zijn deze omwille van de overzichtelijkheid gecomprimeerd tot vier thema’s: Dagelijks thuis, Relaties, Gezondheid en Meedoen. Elk thema kent drie resultaatvelden en zijn gecodeerd met de hoofdletter van het thema en het cijfer 1,2 of 3. Dus D1, D2 en D3 zijn de resultaatvelden die horen bij het thema Dagelijks leven. De resultaatvelden D1 en R1 zijn vormen van begeleiding, terwijl D3 en M1 fysieke voorzieningen betreft.
Er zijn 12 resultaatvelden:
Dagelijks thuis
D1 Een gestructureerd huishouden voeren
D2 Stabiliseren van de dagelijkse situatie om terugval te voorkomen
D3 Wonen in een geschikt huis
Relaties
R1 Sociale contacten onderhouden en deelnemen aan activiteiten
R2 Omgaan met beperkingen in de sociale redzaamheid en zelfregie
R3 Zich met behulp van anderen handhaven in het dagelijks leven
Gezondheid
G1 Verlichting van het sociaal isolement en de zorg thuis
G2 Stabiel functioneren om achteruitgang in vaardigheden te voorkomen
G3 Aanboren van competenties om een grotere zorgvraag te voorkomen
Meedoen
M1 Zich kunnen verplaatsen
M2 Zich ontwikkelen ihkv wonen, sociale activering en zinvolle dagbesteding
M3 Herstel van problematiek en bevordering van maatschappelijke integratie
De resultaatsvelden zoals bekend onder de oude Wmo maken geen onderdeel uit van de wet. Uitgangspunt van de Wmo 2015 is de wettekst, welke spreekt over zelfredzaamheid en participatie. Om de uitvoering ervan echter werkbaar te maken, zijn de begrippen zelfredzaamheid en participatie ook nu weer uitgewerkt in concrete resultaatsvelden. Deze geven meer richting aan de wettelijke begrippen. Ze bieden concreet te behalen doelen wat betreft het bieden van maatschappelijke ondersteuning en voor de uitvoeringspraktijk gelden ze als houvast.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.1
Resultaatvelden
Onderdeel van Beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning 2017 Gemeente Stede Broec