Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3:

Artikel 13D.

De hoogte van het persoonsgebonden budget voor verhuis-/inrichtingskosten en huurderving

Onderdeel van VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING 2018

1. De verstrekking van een persoonsgebonden budget voor verhuis-/inrichtingskosten kan plaatsvinden indien sprake is van een niet algemeen gebruikelijke verhuizing en er een medische noodzaak is voor verhuizing. De hoogte van het persoonsgebonden budget wordt bepaald op basis van de algemene uitgangspunten van het onderzoek zoals vermeld in artikel 6. 2. Voor de kosten van huurderving kan een persoonsgebonden budget verstrekt worden. Het betreft dan de situatie dat tijdelijk een aangepaste woning leegstaat in afwachting van een bewoner waarvoor een dergelijke woning een passende bijdrage aan zelfredzaamheid en participatie vormt. De hoogte van het persoonsgebonden budget is gelijk aan de kale huur van de woonruimte met een maximum van het bedrag genoemd in artikel 13 lid 1 sub a van de wet op de Huurtoeslag. Verstrekking vindt slechts plaats indien de betreffende woning voor meer dan €5000,- is aangepast. De periode waarvoor een vergoeding wordt verstrekt bedraagt maximaal zes maanden. Onder voorwaarden is verlenging van deze termijn met maximaal drie maanden mogelijk. 3. Het college is bevoegd om hierover nadere regels te stellen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel