1. Met inachtneming van artikel 10 en 11 kan een cliënt in aanmerking komen voor beschermd wonen als hij
a. 18 jaar of ouder is en zich niet zelfstandig kan handhaven in de samenleving en dit niet op te lossen is met eigen kracht, mantelzorg, een algemene voorziening of een algemeen gebruikelijke voorziening, en;
b. een ter zake kundige professional de psychiatrische of psychische aandoening of beperking heeft vastgesteld (bijvoorbeeld een arts, psychiater, GZ psycholoog, of verpleegkundig specialist), en;
c. (intramurale) behandeling voor de psychiatrische of psychische aandoening of beperking is afgerond of niet (meer) op de voorgrond staat, en;
d. er niet sprake is van een acute situatie in de geestelijke gezondheid of op andere leefdomeinen, en;
e. de cliënt voor zijn eigen veiligheid en die van zijn omgeving 24 uur per dag zorg, begeleiding en/ of toezicht nodig heeft. Deze zorg, begeleiding en toezicht zijn intensief en onplanbaar. Deze zorg, begeleiding en toezicht zijn aanwezig of oproepbaar.
4. Met inachtneming van lid 1 wordt een maatwerkvoorziening Beschermd Wonen toegekend wanneer een of meerdere van de volgende criteria van toepassing zijn:
• Aanwezigheid van een aantoonbaar positief sociaal netwerk (familie en vrienden). Ten minste 1 familielid of vriend heeft zijn woonplaats in Noord- en Midden Limburg, zoals blijkt uit Basisregistraties Personengegevens (BRP) en bevestigt zijn relatie met de cliënt;
• De cliënt heeft in de voorgaande periode zijn hoofdverblijf in de regio Noord- en Midden Limburg gehad, zoals blijkt uit de BRP.
• Aantoonbare bekendheid bij instellingen of ziekenhuizen. Dit blijkt uit een bevestiging door de betreffende instellingen of ziekenhuizen.
• Er is een gegronde reden om tegemoet te komen aan de wens van de cliënt om in een bepaalde gemeente in de regio Noord- en Midden Limburg te willen wonen.
5. De ondersteuning is zoveel als mogelijk gericht op het verbeteren van zelfredzaamheid en participatie en heeft als mogelijk einddoel zelfstandig wonen.
6. Een cliënt kan in aanmerking komen voor de maatwerkvoorziening (maatschappelijke/vrouwen-) opvang als hij:
a. feitelijk dakloos is, of als bewoner staat ingeschreven bij een door de gemeente erkende 24-uurs woonvoorziening, al dan niet voorafgaand aan opname in een (psychiatrische) kliniek, of aan detentie, en
b. niet in staat is om zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving op meerdere leefdomeinen, en
c. niet beschikt over alternatieven die de situatie van feitelijke of residentiële dakloosheid op kunnen heffen.
7. Een slachtoffer van huiselijk geweld kan in aanmerking komen voor de maatwerkvoorziening (maatschappelijke/vrouwen-) opvang als deze:
a. slachtoffer is van geweld in huiselijke kring, en vanwege aspecten van veiligheid de thuissituatie moet verlaten, of indien sprake is van kindermishandeling en opvang van kind(eren) met de beschermende ouder/verzorger in de opvang noodzakelijk is, en
b. geen mogelijkheden heeft om zelf, al dan niet met gebruikmaking van het eigen sociale netwerk of door interventie van derden, een veilige situatie te creëren, of in alternatieve huisvesting te voorzien.
8. Het naleven van de leef- en gedragsregels binnen de opvang maakt onderdeel uit van de afspraken die via het Leefzorgplan met de cliënt worden gemaakt.
9. De opvang is altijd gericht op een tijdelijk verblijf en heeft als doelstelling om de cliënt weer in staat te stellen zich zelfstandig of met lichte ondersteuning te redden in de samenleving.
8. Het college is bevoegd om hierover nadere regels te stellen.
HOOFDSTUK 3:
Artikel 19
Aanvullende criteria en voorwaarden voor opvang en beschermd wonen
Onderdeel van VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING 2018