1. De zittingsperiode van een commissielid en -voorzitter eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad.
2. Een commissielid houdt op lid te zijn als niet meer voldaan wordt aan de in artikel 4, derde lid, gestelde eisen.
3. Een fractie, die een commissielid heeft aangewezen, kan deze aanwijzing intrekken.
4. De raad kan de commissievoorzitter ontslaan.
5. Een commissielid en de commissievoorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat voor een commissielid in op de verzochte datum.
6. Als door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de fractie respectievelijk raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan.
7. Als een fractie niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van commissieleden die door die fractie zijn aangewezen van rechtswege.
Hoofdstuk 1.
Artikel 5.
Zittingsduur en vacatures
Onderdeel van Verordening op de raadscommissie Schouwen-Duiveland 2018