Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4:3

Verbod ligplaatsen

Onderdeel van Verordening natuur- en recreatiegebied de Grevelingen Schouwen-Duiveland

Het is verboden zonder daartoe bevoegd te zijn in openbaar water; vaartuigen af te meren anders dan met gebruikmaking van de daartoe bestemde meerpalen, remmingspalen of andere dergelijke meerconstructies; een ligplaats in te nemen op een afstand van minder dan 3 meter van een vóór de oever gelegen rietkraag. In de in dit lid onder b genoemde rietkraag, de oever dan wel de vaarweg te ankeren. Het is verboden zonder ontheffing van burgemeester en wethouders met een vaartuig op openbare wateren aan een van de openbare aanlegplaatsen of de speciaal daarvoor aangelegde watersporteilanden, in de periode van 1 april tot en met 31 oktober, met een vaartuig te liggen of dat te laten liggen Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Burgemeester en wethouders kunnen aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van het openbaar water: nadere regels stellen in het belang van de volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van natuur-en recreatiegebied de Grevelingen; beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit bouwwerken leefomgeving of het overige bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, de Wet milieubeheer of het Binnenvaartpolitiereglement.

Rechtspraak bij dit artikel