Naar hoofdinhoud

Artikel 13

Aanvraag voor individuele maatwerkvoorziening

Onderdeel van Nadere regels Jeugdhulp 2018

Een jeugdige en/of ouder(s) kan een aanvraag voor een individuele maatwerkvoorziening schriftelijk indienen bij het college. Het college kan het ondertekende ondersteuningsplan aanmerken als aanvraag voor een individuele maatwerkvoorziening. Het college onderzoekt aan de hand van de aanvraag of de jeugdige en/of ouder(s) in aanmerking komt voor een individuele maatwerkvoorziening. Het college betrekt daarbij het ondersteuningsplan. Een jeugdige komt in aanmerking voor een individuele maatwerkvoorziening, indien hij jeugdhulp nodig heeft in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn. Een jeugdige komt niet in aanmerking voor een individuele maatwerkvoorziening, indien en voor zover: de jeugdige en/of zijn ouder(s) het vermogen hebben om zelf of met ondersteuning van hun sociaal netwerk een oplossing voor de hulpvraag te vinden; de hulp met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan worden verstrekt; de hulp met gebruikmaking van andere voorzieningen kan worden verstrekt. Om te bepalen welke aanbieder de noodzakelijke ondersteuning mag bieden, hanteert de verwijzer de volgende criteria: beschikbare aanbieders binnen het gekozen ondersteuningsprofiel; de wens van de jeugdige en/of ouder(s) (en zijn netwerk); de specifieke zorgbehoefte van de jeugdige en/of ouder(s); nabijheid van de zorgaanbieder (afstand van woonadres jeugdige en/of ouder(s)); wachttijden/beschikbaarheid bij de zorgaanbieder; levensovertuiging van de jeugdige en/of ouder(s); vanuit zorgperspectief vereiste zorgcontinuïteit. Als op grond van lid 5 blijkt dat meerdere aanbieders aan de criteria voldoen en de jeugdige (en/of ouder(s)) heeft nog steeds geen voorkeur, dan beslist de jeugdige en/of ouder(s).

Rechtspraak bij dit artikel