Het college overlegt uiterlijk 15 mei in het jaar na het begrotingsjaar de jaarstukken aan de raad.
Het college legt door middel van de jaarstukken verantwoording af over de programma’s via beantwoording van de vragen:
wat hebben we bereikt (outcome)?
wat hebben we ervoor gedaan (output)?
wat heeft het gekost (input)?
In de programmaverantwoording wordt ook inzicht gegeven in de financiële en beleidsmatige leereffecten voor de toekomst.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.1.5