Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Geldigheidsduur, wijziging en intrekking

Onderdeel van Bomenverordening Schagen 2018

1. De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3 lid 1 vervalt indien daarvan geen gebruik is gemaakt binnen drie jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning. Betreft het een vergunning voor het vellen van meer dan één houtopstand, dan vervalt de vergunning eveneens drie jaar na het onherroepelijk worden ervan, ook indien in fasen geveld wordt en één of meer houtopstanden reeds geveld zijn. 2. De omgevingsvergunning kan worden ingetrokken of gewijzigd: a. indien onjuiste of onvolledige gegevens ter verkrijging van de vergunning zijn verstrekt; of b. indien de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen niet zijn of worden nageleefd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel