Aan standplaatsvergunningen worden voorschriften verbonden. Als uitgangspunt voor het opstellen van de voorschriften zoals hieronder vermeldt, zijn voorschriften genomen zoals die de afgelopen jaren in de praktijk zijn gehanteerd. Deze zijn aangevuld met voorwaarden die noodzakelijk worden geacht. De volgende voorschriften worden opgenomen in de vergunning:
de vergunninghouder maakt persoonlijk gebruik van de vergunning;
de vergunninghouder mag zich bij de exploitatie ven de standplaats niet laten vervangen door een ander, tenzij hij in het bezit is van een ontheffing, afgegeven door het college;
de standplaats mag alleen worden ingenomen voor het te koop aanbieden van goederen, het verkopen of verstrekken van goederen, dan wel het aanbieden van diensten, zoals in de vergunning omschreven;
afvalbakken, parasols, (sta)tafels en andere objecten ten behoeve van de verkoop vallen binnen de oppervlakte van de standplaats;
vrije doorgang van het publiek en het verkeer mag niet worden gehinderd;
gedurende de verkoopactiviteiten moet de omgeving van de standplaats een schoon en ordelijk aanzien hebben. Na afloop van de verkoopactiviteiten moet de standplaats en directe omgeving schoon worden opgeleverd. Eventuele schoonmaakkosten komen voor rekening van de vergunninghouder;
er wordt geen gebruik gemaakt van luidsprekers, versterkers en andere middelen ter versterking van het geluid. Het aanwezig hebben van radiotoestellen en dergelijke toestellen, anders dan voor verkoop, is evenmin toegestaan;
het veroorzaken van schade, hinder of overlast is niet toegestaan;
in de verkoopwagen waar gas, stroom of vuur wordt gebruikt, dient een deugdelijk poederbrand-blusapparaat van minstens 6kg aanwezig te zijn;
aanwijzingen en/of bevelen van de politie, brandweer of daartoe aangewezen ambtenaren dienen te worden opgevolgd;
vergunninghouder van een vaste- of seizoensgebonden standplaats dient een geldig registratiebewijs van het Centraal Registratiekantoor Detailhandel-Ambacht en de vergunning op verzoek te kunnen tonen;
de standplaats mag alleen worden ingenomen conform de winkeltijdenwet;
de vergunninghouder is aansprakelijk alle schade, in welke vorm dan ook, toegebracht aan eigendommen van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht en vrijwaart de gemeente voor alle aanspraken van derden en voor alle schaden welke het gevolg kunnen zijn van deze vergunning;
de vergunninghouder is verplicht voldoende verzekerd te zijn tegen vorderingen tot schadevergoeding waartoe hi als gebruiker van een verkoopinrichting krachtens wettelijk aansprakelijkheidsbepalingen zou kunnen worden verplicht wegens aan derden toegebrachte schade.
Hoofdstuk 5
Artikel 16
Vergunningsvoorschriften
Onderdeel van Standplaatsenbeleid Hendrik-Ido-Ambacht