Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 29

Mutaties aantal klokuren binnen beschikbare capaciteit, inroosteren en gebruik

Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs

Het college stelt jaarlijks voor 1 februari voorlopig vast het aantal klokuren bewegingsonderwijs waarop een school voor basisonderwijs, een speciale school voor basisonderwijs, een school voor speciaal onderwijs, een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of een school voor voortgezet speciaal onderwijs in het daaropvolgende schooljaar aanspraak maakt. Grondslag voor het berekenen van het aantal klokuren is het aantal leerlingen dat op 1 oktober van het lopende schooljaar op de school staat ingeschreven. Een bevoegd gezag van een (speciale) school voor basisonderwijs of een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs verstrekt jaarlijks vóór 1 april voorafgaande aan het volgende schooljaar een opgave van de voor dat schooljaar voor de school gewenste onderwijsgebruik van een lokaal bewegingsonderwijs. Deze opgave bevat de volgende gegevens: de gewenste omvang van het onderwijsgebruik uitgedrukt in aantal klokuren; de aanduiding van het lokaal bewegingsonderwijs waarin het gebruik wordt gewenst; de tijden waarop het onderwijsgebruik gedurende een schoolweek wordt gewenst. Op basis van het aantal klokuren en de ingediende aanvragen stelt het college voor 1 mei voorafgaande aan het daaropvolgende schooljaar een voorlopig rooster vast voor het gebruik van de lokalen bewegingsonderwijs. Bij de vaststelling van het rooster, houdt het college rekening met de volgende uitgangspunten: de afstanden in relatie tot de omvang van het onderwijsgebruik van een lokaal bewegingsonderwijs, zoals bedoeld in bijlage I, deel B; een school waarvan het bevoegd gezag eigenaar is van het lokaal bewegingsonderwijs wordt voor de school als eerste ingeroosterd voor het lokaal bewegingsonderwijs; het bewegingsonderwijs van een school wordt zoveel mogelijk ingeroosterd in één lokaal bewegingsonderwijs, en een efficiënte benutting van de bestaande capaciteit van de lokalen bewegingsonderwijs. Het college stelt het bevoegd gezag, nadat het rooster voorlopig is vastgesteld, voor 15 mei in kennis van het rooster. Hierbij worden per school de volgende gegevens vermeld: het aantal klokuren waarvoor de school wordt ingeroosterd; het lokaal bewegingsonderwijs dat voor het bewegingsonderwijs is toegewezen; de lestijden gedurende welke het onderwijsgebruik plaatsvindt en een nadere onderverdeling van het aantal klokuren per lokaal bewegingsonderwijswanneer het gebruik in meer dan één lokaal bewegingsonderwijs plaatsvindt. De bevoegde gezagsorganen kunnen tot 1 juni reageren op het voorstel. Op verzoek van de bevoegde gezagsorganen kan het college een overleg over het voorstel plannen. Dit overleg vindt plaats voor 15 juni. In het overleg kunnen de vertegenwoordigers van de bevoegde gezagsorganen reageren op het voorstel. Het college stelt het rooster voor 1 juli definitief vast en houdt hierbij rekening met de reacties van de bevoegde gezagsorganen. Het definitieve rooster wordt voor 15 juli schriftelijk toegezonden aan de betreffende bevoegde gezagsorganen. Het bevoegd gezag kan het college verzoeken meer klokuren in te roosteren dan het aantal klokuren dat door het waarvoor de school voor bekostiging door de gemeente in aanmerking komt. Het college neemt een verzoek als bedoeld in het vorige lid uitsluitend in behandeling als daarvoor nog capaciteit beschikbaar is. Het aantal klokuren dat door het college extra wordt ingeroosterd komt voor rekening van het bevoegd gezag van de school. In een door het college van burgemeester en wethouders vast te stellen beleidsregel worden nadere regels gesteld met betrekking tot de wijze van bepaling van het aantal klokuren bewegingsonderwijs dat voor bekostiging in aanmerking komt en de hoogte van de vergoeding.

Rechtspraak bij dit artikel