Naar hoofdinhoud
Algemeen gebruikelijke voorzieningen: voorzieningen die naar geldende maatschappelijke normen tot het gangbare gebruiks- danwel bestedingspatroon van de belanghebbende behoort; Cliënt: Cliënt zoals gedefinieerd in de Wet maatschappelijke ondersteuning of in de Jeugdwet Dagdeel: Aaneengesloten periode van maximaal vier uren. Doelmatigheid: De (individuele) (maatwerk)voorziening die het goedkoopst compenserend is. Gebruikelijke hulp: hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Gebruikelijke hulpverlener: Partner, ouder, inwonend kind of andere huisgenoot die de normale, dagelijkse hulp biedt aan een partner, kind of andere huisgenoot. Gezamenlijke huishouding: Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins. Een gezamenlijke huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht indien de betrokkenen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en: zij met elkaar gehuwd zijn geweest of eerder voor de toepassing van deze wet daarmee gelijk zijn gesteld; uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de een door de ander; zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding krachtens een geldend samenlevingscontract; of zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking overeenkomt met de gezamenlijke huishouding zoals hierboven bedoeld. Huisgenoot: De persoon met wie de cliënt duurzaam een gezamenlijk huishouden voert. Inherente afwijkingsbevoegdheid: (vgl. art 4:84 Awb) Van een (bijlage bij een) beleidsregel moet worden afgeweken als de (bijlage bij een) beleidsregel voor één of meer belanghebbenden gevolgen zouden hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de (bijlagen bij de) beleidsregels te dienen doelen. Bij bijzondere omstandigheden gaat het om niet in dit protocol genoemde omstandigheden én waarin de strikte navolging van de regeling zou leiden tot een niet beoogde uitkomst. Jong volwassene: Cliënt in de leeftijd van 18 tot 23 jaar. Kind: Cliënt jonger dan 18 jaar. Leefklimaat: Leefomgeving waarop cliënt is aangewezen in verband met noodzakelijk samenhangende hulp. Het leefklimaat kan bestaan uit een beschermende woonomgeving, een therapeutisch leefklimaat of er wordt permanent toezicht geboden. Mantelzorg: Hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeien uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep. Ouder: gezaghebbende ouder, adoptiefouder, stiefouder of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, niet zijnde een pleegouder. Palliatief terminale zorg: Hulp in de terminale levensfase van een cliënt met een levensbedreigende ziekte, waarvoor cliënt geen (medische) behandeling meer krijgt die gericht is op herstel of levensverlenging. De hulp is vooral gericht op pijnbestrijding en behoud van kwaliteit van leven. Partner: Huisgenoot met wie de cliënt is gehuwd of een relatie onderhoudt die daarmee gelijk wordt gesteld. Respijtzorg: Respijtzorg doet zich voor in situaties waarin de huisgenoot, partner of ouder die feitelijk gebruikelijke hulp op zich dient te nemen, maar daartoe niet in staat is wegens (dreigende) overbelasting, die anderszins niet door hem is op te lossen. Alleen dan kan, op titel van respijtzorg, de hulp die als gebruikelijke hulp moet worden beschouwd, worden meegenomen. Het gaat dan om een individuele maatwerkvoorziening op grond van de Wmo of Jeugdwet als woont de cliënt zonder gebruikelijke hulpverlener. Terminale levensfase: De levensfase waarin de levensverwachting van cliënt korter is dan drie maanden. Het is de behandelend arts van de cliënt die dit vaststelt. Voorliggende voorziening: Een voorziening op grond van een wettelijke bepaling anders dan ingevolge de Wmo of Jeugdwet, waarmee het resultaat geheel of gedeeltelijk bereikt kan worden;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel