Het door het college gevoerde beleid wordt ten minste eenmaal per vier jaar geëvalueerd. Indien de evaluatie daartoe aanleiding geeft, wordt de verordening aangepast. Het college zendt hiertoe telkens na vier jaar na inwerkingtreding van de Verordening aan de raad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de verordening in de praktijk.
Hoofdstuk 8:
Artikel 25.