Uitgangspunt van het onderzoek naar het probleem is een analyse aan de hand van de ZRM. De ZRM wordt gehanteerd om inzicht te krijgen in de verschillende problemen, welke meestal met elkaar overlappen. Hierdoor kan meteen overzien worden in hoeverre er ondersteuning op meerdere gebieden noodzakelijk is. En zo kan tijdig overgegaan worden tot inzet van de juiste ondersteuningsvormen.
Met de ZRM wordt op 11 afzonderlijke levensdomeinen gemeten hoe zelfredzaam iemand is.
Hoe zelfredzaam iemand is in termen van een score op de ZRM is een resultaat, het gevolg van allerlei factoren en processen die hebben geleid tot de mate van zelfredzaamheid op dit moment. Met de ZRM kijken we dus alleen naar de uitkomst en laten we de oorzaken zoveel mogelijk buiten beschouwing.
De ZRM is ingedeeld in vijf niveaus van zelfredzaamheid. Het laagste niveau op de schaal is minimale zelfredzaamheid. Het hoogste niveau is maximale zelfredzaamheid. De niveaus zijn aangegeven met een score: een getal tussen 1 en 5; en met een korte beschrijving: ‘acuut probleem’, ‘niet zelfredzaam’, ‘beperkt zelfredzaam’, ‘voldoende zelfredzaam’, en ‘volledig zelfredzaam’.
De ZRM 2017 is, met toestemming van de GGD Amsterdam, opgenomen in de bijlage 2 van deze beleidsregels.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.3
Zelfredzaamheidsmatrix
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2017 Gemeente Enkhuizen