In het gesprek dat de consulent in de onderzoeksfase voert met een cliënt zal naast de gebruikelijke zaken ook de mogelijkheden van informele ondersteuning aan de orde komen. De wet onderscheidt twee vormen van informele ondersteuning: mantelzorg en hulp vanuit het sociale netwerk. Hoewel er in de praktijk nogal eens overlap lijkt te zijn tussen beide begrippen kan het voor een uiteindelijke inzet van een maatwerkvoorziening wel van belang zijn om dit onderscheid helder aan te brengen in het onderzoek.
Verleent iemand structureel meer dan gebruikelijke hulp aan een naaste dan noemen we dit mantelzorg. Wettelijk is dit gedefinieerd als de hulp zoals bedoeld in de Wmo, de Jeugdwet en Zorgverzekeringswet die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep. We spreken van structurele ondersteuning als deze valt te typeren als ‘zwaar, omvangrijk en met een hoge mate van verplichting’.
Mantelzorg is geen formele afwijzingsgrond voor het verstrekken van een maatwerkvoorziening. Om drie redenen is het echter wel van belang om vast te stellen of er al dan niet mantelzorg wordt geboden:
Op grond van de Wmo kan ook een maatwerkvoorziening worden verstrekt om de mantelzorger te ondersteunen;
Tijdens het onderzoek kan worden geconcludeerd dat er structurele ondersteuning nodig is maar dat er toch (vooralsnog) wordt afgezien van een maatwerkvoorziening omdat iemand dit al vrijwillig vanuit sociale betrokkenheid op zich heeft genomen.
Tijdens het onderzoek kan worden geconcludeerd dat er structurele ondersteuning nodig is, dat iemand dit al vrijwillig vanuit sociale betrokkenheid op zich heeft genomen, maar dat dit als te intensief wordt ervaren en er daarom toch een maatwerkvoorziening wordt verstrekt in de vorm van een pgb.
Daarnaast gebruikt de wet nog het begrip ‘sociaal netwerk’ om aan te geven dat van ‘personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt’ verwacht wordt om af en toe iemand te helpen die ondersteuning nodig heeft. Dit ‘af en toe’ onderscheidt ze van mantelzorgers, maar wordt wel beschouwd als een vorm van sociale betrokkenheid die voor gaat op formele ‘maatschappelijke ondersteuning’.
Tijdens het onderzoek zal er dus met de cliënt moeten worden geïnventariseerd waar er al mantelzorg wordt geboden en waar aanvullend iemand uit de familie, de wijk, de vriendenkring, het verenigingsleven, enz. kan bijspringen. Bij deze inventarisatie dient er speciale aandacht te zijn voor mantelzorg dat 'intensief' van aard is en dat zonder verdere praktische of financiële ondersteuning niet is vol te houden. Verderop wordt specifiek in gegaan op mantelzorg, niet gebruikelijke zorg en zorg vanuit het sociaal netwerk met pgb.
Een Pgb is echter niet altijd gewenst en ook niet echt noodzakelijk. Vaak kan een mantelzorger er wel weer tegen aan als hij in praktische opzicht wordt ondersteund of ontlast. Dergelijke ondersteuning kan zowel vanuit een algemene voorziening als vanuit een maatwerkvoorziening worden aangeboden. Indien we mantelzorgers tijdelijk ontlasten in zijn taken, spreken we van respijtzorg.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.4
Informele ondersteuning
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2017 Gemeente Enkhuizen