Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.6

Mantelzorg, niet gebruikelijke zorg en zorg vanuit het sociaal netwerk met pgb

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2017 Gemeente Enkhuizen

Naast de algemene criteria voor een pgb zullen bij het inzetten van het sociaal netwerk de volgende afwegingen moeten worden gemaakt voordat een pgb kan worden verstrekt: Net als bij professionele ondersteuning moet de budgethouder zijn keus goed kunnen motiveren. Zo moet bijvoorbeeld uitgesloten worden dat de beoogde zorgverlener uit het sociaal netwerk daarbij druk heeft uitgeoefend. Is de ondersteuning zo omvangrijk, frequent, intensief en duurzaam dat gesproken kan worden van niet-gebruikelijke zorg? In hoeverre is deze mantelzorg niet-gebruikelijk? Van huisgenoten kan bijvoorbeeld meer (onbetaalde) mantelzorg worden verwacht dan van uitwonende familieleden, vrienden en buren. Een pgb is alleen mogelijk bij niet-gebruikelijke zorg, als de draaglast zodanig is dat de mantelzorger aangeeft om te stoppen en vervangen zou moeten worden door professionele inzet, terwijl dit niet wenselijk is met oog op kwaliteit en doelmatigheid. De kwaliteit van de geboden ondersteuning moet voldoende geborgd zijn. Dat geldt ook voor de draagkracht van de beoogde te betalen zorgverlener uit het sociaal netwerk. In het vorige hoofdstuk is al gezegd dat er ook persoonsgebonden budget (pgb) kan worden verstrekt voor informele ondersteuning omdat we het belangrijk vinden dat cliënten zoveel mogelijk zelf de regie voeren over de ondersteuning die ze wordt geboden. Dit staat echter op gespannen voet met een ander uitgangspunt van de Wmo, namelijk dat maatschappelijke ondersteuning (dus vanuit de overheid) alleen mogelijk is voor zover de cliënt dit niet met behulp van onder andere zijn eigen netwerk kan organiseren. Toch zijn er situaties dat dergelijke informele ondersteuning ook formeel gefaciliteerd zou moeten worden met een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb. Deze mogelijkheid bestaat alleen voor mantelzorg dat we kwalificeren als niet-gebruikelijk en dat zonder verdere financiële ondersteuning niet is vol te houden. Dit is pas aan de orde als de draaglast zodanig is dat de degene die de niet-gebruikelijke zorg verleent overweegt om te stoppen en vervangen zou moeten worden door professionele inzet, terwijl dit niet wenselijk is met oog op kwaliteit en doelmatigheid. Hiervan is sprake als deze wenselijkheid in het gespreksverslag feitelijk is onderbouwd en: De persoon uit het sociaal netwerk inkomsten derft als gevolg van de bereidheid om vol te houden. De sociale relatie/betrokkenheid t.o.v. de cliënt aan de persoon uit het sociaal netwerk onvoldoende intrinsieke motivatie geeft om de ondersteuning op dit niveau vol te houden. De cliënt terminaal is en van de beoogde zorgverlener uit het sociaal netwerk geen rationele afweging verwacht mag worden tussen draaglast en draagkracht om vol te houden. Hierboven is al aangegeven dat mantelzorg door haar structurele karakter verschilt van gebruikelijke hulp en hulp door het sociale netwerk. Gebruikelijke hulp komt per definitie niet in aanmerking voor een pgb en overige hulp zoals gedefinieerd in de wet is daarvoor ook te veel onderdeel van het normale sociale leven. Iemand die bereid is om zijn buurvrouw of tante te ondersteunen met incidentele of lichte werkzaamheden doet dat met een intrinsieke motivatie zodat daar niet nog eens een financiële ondersteuning vanuit de overheid voor nodig is. Ook mantelzorg gebeurt vanuit een intrinsieke motivatie. In paragraaf 5.5 is al gewezen op het vrijwillige karakter van mantelzorg. En dat de hulp soms zo intensief is dat de mantelzorger het niet volhoudt zonder praktische (respijtzorg of financiële (pgb) ondersteuning vanuit de Wmo. Dit wordt vooral bepaald door de draagkracht van de mantelzorger en is dus enigszins afhankelijk van de specifieke situatie. Toch gelden in het algemeen wel de voorwaarden hierboven ten aanzien van intensiviteit en draaglast. Ook geldt de richtlijn dat een (niet-gebruikelijke) belasting van 8 uren of minder mantelzorg per week normaalgesproken nog niet als 'intensief' wordt beschouwd. En het college dient eerst te onderzoeken of respijtzorg voldoende lucht kan geven aan de mantelzorger (zie verder de toelichting hierboven). Het is belangrijk dat zowel de cliënt als de mantelzorger een ‘eigen leven’ heeft en in zijn eigen inkomen kan voorzien. Daarom is het niet acceptabel dat een mantelzorger zijn zorgtaken niet meer kan combineren met werk of anderszins in financiële problemen komt. De mantelzorger moet in staat blijven om ook in de toekomst hulp te kunnen blijven bieden zonder daarbij zelf het perspectief op de arbeidsmarkt te verliezen of zelfs te moeten stoppen met betaalde arbeid. Overigens is er geen sprake van inkomstenverlies voor zover de mantelzorger een uitkering ontvangt. Ook moet er altijd een balans blijven tussen de wenselijkheid en bereidheid om ondersteuning in te zetten door middel van mantelzorg. Iemand kan erg gehecht zijn aan de hulp van een naaste en dit kan ook veel doelmatiger zijn dan zorg in natura, maar mantelzorg wordt begrensd door de intrinsieke motivatie van de mantelzorger zelf. En die is meestal afhankelijk van de sociale afstand die hij ervaart tot de cliënt. Veel mantelzorgers beginnen met lichte ondersteuning voor een familielid of bekende, maar haken af als dat zwaarder wordt en dit teveel van hun tijd en energie vergt. Er ontstaat een gevoel dat de zorg voor de ander ten koste gaat van de aandacht voor zichzelf en het eigen leven. Een financiële vergoeding kan dit gevoel dan vaak genoeg compenseren om de niet-gebruikelijke zorg te blijven volhouden. Het gaat hier dus om specifieke gevallen waarbij de consulent of de medewerker van het gebiedsteam erg goed onderzoek moet doen naar de motivatie van de mantelzorger om er zeker van te zijn dat hier geen sprake is van ondersteuning dat ook zonder pgb wel geboden zou worden. Als iemand terminaal ziek wordt verklaard dan bestaat er voor de partner of kinderen niet altijd een rationele afweging tussen zorg in natura en dit zelf op zich te nemen. Men voelt een morele verplichting om dit zelf te doen en in deze fase is met name de kwaliteit van de niet-lijfgebonden begeleiding voor de cliënt ook veel hoger als dat wordt gedaan door directe naasten in plaats van professionals. Voor deze begeleiding kan pgb worden verstrekt indien de cliënt zich volgens een arts in de terminale fase bevindt. Uiteraard geldt ook bij mantelzorgers dat de wens om dit om te zetten in een maatwerkvoorziening met pgb voldoende is gemotiveerd, dat de kwaliteit en kosten ervan niet afwijken van de ondersteuning die in natura kan worden georganiseerd en dat de cliënt in staat moet zijn om alle daaraan verbonden taken verantwoord uit te voeren. Ook is het belangrijk dat de cliënt zijn keuze tot inzet van pgb onafhankelijk van de mantelzorger kan maken.

Rechtspraak bij dit artikel