Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.8

Maatwerkvoorzieningen

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2017 Gemeente Enkhuizen

Als uit het onderzoek blijkt dat er naast informele ondersteuning en algemene voorzieningen ook een maatwerkvoorziening nodig is, dan moet daarvoor een formele aanvraag worden geformuleerd waarop het college een besluit moet nemen. Dit besluit krijgt de vorm van een beschikking waarin een maatwerkvoorziening wordt verstrekt voor één of meerdere resultaatvelden. Deze voorziening bestaat weer uit prestaties. Dit zijn de bestandsdelen van het onderliggende ondersteuningsplan en/of uitvoeringsplan. Huishoudelijke ondersteuning (HO) is een voorziening die ingezet kan worden om inwoners langer zelfstandig te laten wonen. Het is gericht op het ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van inwoners met een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen. Er is onderscheid gemaakt in drie producten van dienstverlening; HO type 1 (HO1), HO type 2 (HO2) en HO type 3 (HO3). Het algemene doel van huishoudelijke ondersteuning is het realiseren van een gestructureerd huishouden. Het huishouden vormt een basis waar de inwoner mensen kan ontvangen en van waaruit de inwoner kan participeren in de samenleving. Hiervoor zijn de zelfredzaamheid en eigen mogelijkheden van de cliënt belangrijke voorwaarden. De volgende resultaten gelden voor alle typen van huishoudelijke ondersteuning: Het vergroten van de zelfredzaamheid van inwoners met betrekking tot het voeren van een gestructureerd huishouden. Het betrekken van de omgeving (het sociale netwerk) van de cliënt bij de uitvoering van de werkzaamheden en het waar mogelijk begeleiden en activeren van het sociaal netwerk van de cliënt. Het ontlasten van de persoon die gebruikelijke hulp of mantelzorg levert, als er sprake is van (dreigende) overbelasting van de betreffende persoon. Het wijzen van de cliënt op andere beschikbare diensten die bijdragen aan een gestructureerd huishouden (bijvoorbeeld boodschappendienst). Het afstemmen van de zorg en ondersteuning daar waar de cliënten zowel WLZ- als Wmo-diensten ontvangt. Goede zorg voor de cliënt staat daarbij centraal. Het tijdig signaleren van veranderingen in de leefomstandigheden, gezondheidssituatie en sociale omstandigheden van de cliënt. Dit kan zowel een verslechtering of verbetering van de situatie betekenen. Resultaten HO1 HO2 HO3 Schoon en leefbaar huis Het schoonhouden van: - een woonkamer; - slaapvertrekken die in gebruik zijn; - de keuken; - maximaal 1 toilet en 1 badkamer (inclusief toilet); - gang, trap en overloop. Het schoonhouden van: - een woonkamer; - slaapvertrekken die in gebruik zijn; - de keuken; - maximaal 1 toilet en 1 badkamer (inclusief toilet); en - gang, trap en overloop. Het ondersteunen bij en het aanleren van het uitvoeren van huishoudelijk taken zoals benoemd bij HO1. Schone kleding en linnengoed Het gebruik kunnen maken van schone kleding, bedden- en linnengoed. Het gebruik kunnen maken van schone kleding, bedden- en linnengoed. Het ondersteunen bij en het aanleren van het wassen van kleding/linnengoed zoals benoemd bij HO1. Kunnen beschikken over voldoende levensmiddelen en het kunnen nuttigen van maaltijden. (alleen in geval de boodschappen- of maaltijdenservices ontoereikend zijn) Het ondersteunen bij het opstellen van boodschappenlijst en opruimen van boodschappen. Het bereiden van broodmaaltijd. Het opwarmen van maaltijden. Het ondersteunen bij het opstellen van boodschappenlijst en opruimen van boodschappen. Het bereiden van broodmaaltijd. Het opwarmen van maaltijden. Het ondersteunen bij en het aanleren van het verzorgen van maaltijden en boodschappen. Zorg voor kinderen onder de 6 jaar (kinderopvang is voorliggend aan deze vorm van ondersteuning) Niet van toepassing. Helpen/ondersteunen bij de persoonlijke verzorging van de kinderen (bijv. tandenpoetsen, aan/uitkleden, wassen, luier verschonen) Hulp bij eten en/of drinken bij baby’s en kinderen; Broodmaaltijd bereiden/warme maaltijd opwarmen/flesje melk bereiden voor baby. Het ondersteunen bij en het aanleren van vaardigheden op het gebied van zorg voor kinderen die tot het gezin behoren zoals bedoeld bij HO2 Veranderingen herkennen en signaleren Bij veranderingen in de situatie van de cliënt wordt dit besproken met de direct leidinggevende. De leidinggevende koppelt dit terug aan de gemeente indien de signalen daar aanleiding toe geven. Bij veranderingen in de situatie van de cliënt bespreekt de ondersteuner dit met cliënt en indien nodig met andere betrokkenen (sociaal) netwerk of hulpverleners. De bevindingen worden door de ondersteuner teruggekoppeld aan de gemeente. Het proactief signaleren en in de gaten houden van veranderingen in de situatie van de cliënt. De ondersteuner is verplicht de gemeente direct te informeren over relevante veranderingen in de situatie van de cliënt. Van de ondersteuner wordt verwacht dat deze actie onderneemt op de veranderende situatie van de cliënt. Onder deze prestatie vallen ook die situaties van sterk ‘ontregelde huishoudens’ waar niet volstaan kan worden met planbare zorg op vaste tijdstippen. Dagelijkseorganisatie van het huishouden Het is aan de cliënt om werkzaamheden te prioriteren en keuzes te maken. Van de cliënt mag immers worden verwacht dat hij of zij de regie over het huishouden kan voeren. Het plannen, organiseren en tijdig uitvoeren van de benodigde huishoudelijke activiteiten. Helpen handhaven, verkrijgen of terugkrijgen van structuur in het huishouden. Het ondersteunen van de cliënt bij het oefenen met het aanbrengen van (dag)structuur en/of het voeren van regie over eigen huishouden en/of de dagelijkse organisatie van het huishouden. Hieronder wordt verstaan het aanleren van: - het organiseren, plannen van huishoudelijke taken; - het uitvoeren van lichte administratieve taken. Er vindt afstemming plaats met andere professionele hulpverleners. Het ondersteunen van de cliënt bij het toepassen en inslijpen van aangeleerde vaardigheden en gedrag in het dagelijks leven. De cliënt die onder deze doelgroep valt is ouder dan 18 jaar, zelfstandig wonend en is beperkt bij het uitvoeren van/dan wel voeren van regie op het eigen huishouden. Cliënt wordt in staat geacht met deze vorm van ondersteuning de regie, daar waar mogelijk, (deels) zelf op te pakken en/of met zijn/haar directe leefomgeving. Cliënten met een somatische (SOM), psychiatrische (GGZ), psychogeriatrische (PG) aandoening/beperking, een verstandelijke (VG), lichamelijke (LG) handicap, zintuigelijke (ZG) handicap en/of met niet aangeboren hersenletsel (NAH) met beperkingen op het terrein van en/of: sociale zelfredzaamheid; het bewegen en verplaatsen; het psychisch functioneren; het geheugen en de oriëntatie; het vertonen van probleemgedrag. Degene die de huishoudelijke ondersteuning levert: heeft een servicegerichte en klantvriendelijke instelling; heeft correcte werkhouding; kan veranderingen opmerken en heeft aandacht hiervoor; heeft kennis (of ervaring) met betrekking tot de omgang met specifieke doelgroepen (bijvoorbeeld mensen met een lichamelijke beperking, verstandelijke beperking, psychisch (sociale) problematiek); beheerst de Nederlandse taal in woord en geschrift; moet zich kunnen legitimeren als medewerk(st)er van de zorgaanbieder; heeft respect voor geloofsovertuiging en/of leefwijze van de cliënt; kan discreet omgaan met vertrouwelijke informatie. De ondersteuning binnen het beschikte type huishoudelijke ondersteuning dient zoveel als mogelijk geleverd te worden door de dezelfde ondersteuner. Voor HO3 dient een ondersteuningsplan te worden opgesteld. Voor het uitvoeren van werkzaamheden gelden specifieke opleidingseisen per type ondersteuning. HO1 HO2 HO3 Minimaal verplichte interne training op gebied van kwaliteit, hygiëne richtlijnen en signaleren. Minimaal afgeronde opleiding verzorgende niveau 1. Minimaal afgeronde Mbo opleiding op minimaal niveau 4 in de gezondheids- of welzijnszorg. Een cliënt kan in aanmerking komen voor individuele begeleiding als bij cliënt sprake is van een complexe ondersteuningsvraag, blijkend uit de noodzaak tot inzet van individuele begeleiding, of er bij het functioneren van de cliënt sprake is van risico voor zichzelf of diens omgeving, of toezicht op de cliënt nodig is. Individuele begeleiding richt zich op het begeleiden in het dagelijks functioneren. Het gaat om het actief herstellen, dan wel compenseren van het beperkte of afwezige regelvermogen van een persoon waardoor hij onvoldoende of geen regie over het eigen leven kan voeren. De ondersteuning bestaat bijvoorbeeld uit het helpen plannen van activiteiten, het regelen van dagelijkse zaken, het nemen van besluiten en het structureren van de dag. De individuele begeleiding kan ook praktische hulp en ondersteuning bij het uitvoeren van algemene dagelijkse levensverrichtingen inhouden zoals begeleiden bij het wassen en aankleden (dit is de functie persoonlijke verzorging, welke valt onder begeleiding). Daarbij is geen medische ondersteuning nodig of een hoog risico daarop. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in 3 niveaus, oplopend in zwaarte (licht, middel, zwaar) Bij vraagverheldering dient binnen dit spectrum de juiste afweging te worden gemaakt, passend bij de vraag en het lerend vermogen. De zwaarte van de begeleiding wordt bepaald door de mate van complexiteit van de uit te voeren activiteiten en/of aanwezige stoornissen en/of beperkingen van de cliënt. Begeleiding individueel kan tijdelijk worden ingezet ter overbrugging van een periode tot opname in een intramurale voorziening. Het algemene doel is dat de cliënt (zo lang mogelijk) een zo zelfstandig mogelijk leven leidt. De begeleiding bestaat, afhankelijk van de zwaarte van de beperking, uit: Het ondersteunen bij of het oefenen van vaardigheden of handelingen. Het ondersteunen bij of het oefenen met het aanbrengen van (dag)structuur en/of het voeren van regie. Het overnemen van toezicht op de cliënt en/of het aansturen van gedrag. De volgende resultaten gelden voor alle drie de niveaus van individuele begeleiding: Het voorkomen van achteruitgang van de zelfredzaamheid. Het bevorderen van het behoud van de zelfredzaamheid. Het daar waar mogelijk vergroten van de zelfredzaamheid. Andere resultaatgebieden: Persoonlijke verzorging Relatiemanagement Ondersteuning bij of het aanleren van Post/administratie/financiën ondersteuningsvraaganalyse Resultaat Niveau licht Niveau middel Niveau zwaar Passende ondersteuning Er is geen noodzaak tot het overnemen van taken. Toelichting op het resultaat: De cliënt kan zelf om hulp vragen. Bijv. bij de dagelijkse routine en met het uitvoeren van vooral complexere activiteiten. De ondersteuning is erop gericht door stimulans en/of toezicht ervoor te zorgen dat de cliënt in staat is om zijn/haar sociale leven zelfstandig vorm te geven. De ondersteuning wordt geboden bij het oplossen van problemen. Toelichting op het resultaat: De cliënt kan zelf om hulp vragen. Het zelfstandig nemen van besluiten, het regelen van dagelijkse bezigheden en de dagelijkse routine (gebrek aan dag- en nachtritme) zijn voor de cliënt niet vanzelfsprekend. Dit kan zodanige problemen opleveren dat de cliënt afhankelijk is van ondersteuning. De communicatie gaat niet altijd vanzelf doordat de cliënt soms niet goed begrijpt wat anderen zeggen en/of zichzelf niet voldoende begrijpelijk kan maken. Het niet inzetten van ondersteuning kan leiden tot verwaarlozing/opname. De ondersteuning richt zich op het overnemen van taken door een professional, omdat de cliënt ernstige problemen heeft. Toelichting op het resultaat: De cliënt kan niet altijd zelf om hulp vragen. De cliënt kan niet zelfstandig problemen oplossen en/of besluiten nemen. Het gaat dan bijvoorbeeld om ondersteuning bij complexe taken die voor de cliënt moeten worden overgenomen. Ook het uitvoeren van eenvoudige taken en communiceren gaan moeizaam. Dagstructuur Invulling dagstructuur ligt bij cliënt, met (op onderdelen) ondersteuning door begeleider. De cliënt kan zelf om hulp vragen. De cliënt heeft ondersteuning nodig en kan hier zelf om vragen. Er is geen noodzaak tot het daadwerkelijk overnemen van taken van de cliënt. Ondersteuning wordt geboden bij het oplossen van problemen, het zelfstandig nemen van besluiten, het regelen van dagelijkse bezigheden en de dagelijkse routine die voor de cliënt niet vanzelfsprekend zijn. Dit kan zodanige problemen opleveren dat de cliënt afhankelijk is van ondersteuning. Voor de dagstructuur en het voeren van regie is de cliënt afhankelijk van de hulp van anderen. De cliënt heeft ondersteuning nodig, maar kan hier niet (altijd) zelf om vragen. De ondersteuning richt zich op het (gedeeltelijk) overnemen van taken door een professional, omdat de cliënt ernstige problemen heeft. Het gaat om ondersteuning bij complexe taken. Ook het uitvoeren van eenvoudige taken en communiceren gaat moeizaam. Het gaat hierbij om ondersteuning voor mensen vanaf 18 jaar (volwassenen). Deze ondersteuning is bedoeld voor cliënten die beperkingen hebben op het terrein van sociale redzaamheid, bewegen en verplaatsen, psychisch functioneren, geheugen en oriëntatie en/of probleemgedrag. De cliënt heeft ondersteuning nodig bij de zelfregie over het dagelijks leven, en omvat meer dan alleen het voeren van een gestructureerd huishouden. Niveau licht Niveau middel Nivea zwaar Voor cliënten geldt: Dat er sprake is van beperkingen die niet dermate complex zijn dat een passende graad van deskundigheid nodig is voor de omgang. Voor cliënten geldt: Dat er sprake is van complexere beperkingen dan bij niveau licht. Er zijn zodanige stoornissen en beperkingen, dat kennis van het ziektebeeld en deskundigheid in de omgang hiermee noodzakelijk is. Voor cliënten geldt: Dat er sprake is van complexe beperkingen waarbij ook sprake is van ernstige gedragsstoornissen, een risicovol instabiel ziektebeeld en/of (multi)complexe probleemsituaties waarbij een hoge graad van deskundigheid in de omgang nodig is. Cliënten met een somatische (SOM), psychiatrische (GGZ), psychogeriatrische (PG), aandoening/beperking, Niet aangeboren hersenletsel (NAH), een verstandelijke (VG) en/of lichamelijke (LG) handicap met beperkingen op het terrein van: sociale zelfredzaamheid; het bewegen en verplaatsen; het psychisch functioneren; het geheugen en de oriëntatie; het vertonen van probleemgedrag. algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL) De in te zetten categorie wordt bepaald door een combinatie van de volgende factoren, waarbij de zorgvraag van de cliënt leidend is: complexiteit van de activiteit noodzaak kennis van het ziektebeeld noodzaak methodisch handelen zwaarte van de beperking aanwezigheid van een ondersteunend sociaal netwerk Het indiceren is erop gericht dat er een combinatie gemaakt kan worden tussen de categorieën. Zo kan zwaar heel goed gecombineerd worden met lichte of middelzware ondersteuning omdat er door de specialistische ondersteuner begeleidingsdoelen uitgezet kunnen worden die door een lichte of middelzware ondersteuner kunnen worden uitgevoerd. Lichte begeleiding houdt in het ondersteunen bij het aanbrengen van structuur, danwel het uitvoeren van regie en/of het ondersteunen bij praktische vaardigheden/handelingen en het participeren in de maatschappij. Taken die de cliënt zelf niet (meer) kan en die ook niet meer kunnen worden aangeleerd worden overgenomen. De cliënt heeft voldoende ziekte inzicht om zijn eigen beperkingen te kunnen herkennen of de cliënt heeft een licht verstoord ziekte inzicht waardoor er onvoldoende eigen inzicht is in de eigen beperkingen. In deze categorie wordt methodisch handelen verwacht van de ondersteuner/begeleider. Er zal doelgericht gewerkt moeten worden aan het behalen van een resultaat conform het gemaakte ondersteuningsplan. Dit resultaat kan zijn (gedeeltelijk) herstel, behoud of vertraging in (mogelijke) achteruitgang van de zelfredzaamheid van de cliënt. Cliënt heeft een verstoord ziekte inzicht waardoor er sprake is van een licht verstoord zelfbeeld op het gebied van beperkingen. Bij middelzware begeleiding is sprake van: meer complexe ziektebeelden. Er is sprake van zodanige stoornissen en beperkingen dat kennis van het ziektebeeld en deskundigheid in de omgang hiermee noodzakelijk is. Of meer complexe activiteiten. Er is bijvoorbeeld toezicht en sturing nodig om op het psychische lichamelijke functioneren van cliënt of cliënt is leerbaar en er kan geoefend worden met het aanbrengen van structuur en/of het uitvoeren van handelingen/vaardigheden. Zware begeleiding en ondersteuning wordt geboden in de meest complexe situaties waarin er sprake is van ernstige gedragsstoornissen, risicovolle instabiele ziektebeelden en/of multi-problem situaties. Van de begeleider wordt methodisch handelen en vaardigheden op het gebied van crisisinterventie verwacht. NAH en Zintuiglijk: Wanneer ondersteuningsbehoefte, diagnostiek en persoonsbeeld nog niet in kaart gebracht zijn of wanneer specialistische ondersteuning langdurig noodzakelijk is omdat er sprake is van multi problematiek. Denk aan bijkomende psychiatrische klachten, verstoorde sociale vaardigheden waardoor er sprake is van vereenzaming of conflictgedrag met omgeving en/of weinig tot geen ziekte-inzicht. Justitie: Verstoring openbare orde, veelvuldig contact met justitie, recidiverend delictgedrag, reclassering. Verslaving: Verslavingsproblematiek is dusdanig dat het de zelfredzaamheid verstoort waardoor er ernstige beperkingen in het dagelijks functioneren ontstaan. Psychiatrie: In de afgelopen vijf tot tien jaar diverse opnames door instabiel ziektebeeld of actuele dreiging tot opname, suïcide neigingen, gevaar voor zichzelf en omgeving en/of geen inzicht in eigen ziektebeeld. Er is sprake van een ernstige verstoring in de zelfredzaamheid door zeer beperkte leerbaarheid en/of beperkt inzicht in eigen handelen door psychiatrisch beeld. En/of de cliënt blijft afhankelijk van extern aanbrengen van structuur door een intrinsieke beperking. Multi problem: (KOPP-kinderen van ouders met psychiatrische problemen) kinderen zijn betrokken of op meerdere leefgebieden ernstige problematiek of een zeer beperkt probleemoplossend vermogen. Eisen ten aanzien van degene die de zorg levert heeft een servicegerichte en klantvriendelijke instelling; heeft correcte werkhouding; kan veranderingen opmerken en heeft aandacht hiervoor; heeft kennis (of ervaring) met betrekking tot de omgang met specifieke doelgroepen (bijvoorbeeld mensen met een lichamelijke beperking, verstandelijke beperking, psychisch (sociale) problematiek); beheerst de Nederlandse taal in woord en geschrift; moet zich kunnen legitimeren heeft respect voor geloofsovertuiging en/of leefwijze van de cliënt; kan discreet omgaan met vertrouwelijke informatie. Voor het uitvoeren van werkzaamheden gelden specifieke opleidingseisen per niveau ondersteuning. Niveau licht Niveau middel Niveau zwaar Minimaal afgeronde Mbo-opleiding op minimaal niveau 4 in de gezondheids- of welzijnszorg. Minimaal afgeronde Mbo opleiding op minimaal niveau 4 in de gezondheids- of welzijnszorg aangevuld met minimaal 1 jaar werkervaring met één of meerdere van de bovenstaande doelgroepen. Minimaal afgeronde Hbo opleiding in de gezondheids of welzijnszorg aangevuld met minimaal 1 jaar werkervaring met één of meerdere van de bovenstaande doelgroepen. Degene die zorg levert werkt op basis van een, met cliënt en/of mantelzorger opgesteld en ondertekend ondersteuningsplan. Dit plan bevat de te behalen doelen/resultaten en de verwachte duur van de begeleiding. Dit ondersteuningsplan dient te worden ingediend bij het college. Er is ook een mogelijkheid tot het indiceren en toekennen van Huishoudelijke ondersteuning type HO3. Deze voorziening gaat specifiek in op het aanleren van vaardigheden gericht op het voeren van een gestructureerd huishouden. Dit is een expliciet verschil met individuele begeleiding, waarbij de aan te leren vaardigheden breder zijn De invulling van individuele begeleiding is vaak afhankelijk van de doelgroep. De aard van de activiteiten verschilt dan niet heel erg, maar er is in de begeleiding wel kennis nodig van de specifieke problematiek. Zo hebben ouderen met psychogeriatrische beperkingen andere aandacht nodig dan hun leeftijdsgenoten met somatische klachten en mensen met andersoortige (verstandelijke/lichamelijke) beperkingen. Wel zijn er situaties dat de algemene individuele begeleiding moet worden geïntensiveerd. De begeleiding van psychische stoornissen (PSY) is zo specifiek dat dit vaak andersoortige activiteiten vergt. Als uitgangspunt wordt 1 uur per week individuele ondersteuning ingezet om cliënt te ondersteunen in plannen, overzicht en inzicht te bieden. Indien minder nodig is of een cliënt geen begeleiding behoeft op het gebied van plannen, overzicht en inzicht wordt dit in het onderzoeksverslag beargumenteerd. Deze tijd kan om verschillende redenen opgehoogd worden. Hieronder staat redenen van ophogen benoemd met daarachter de uitgangsnorm voor het ophogen. De consulent kan te allen tijde ervoor kiezen om per onderdeel extra tijd bij te indiceren. Uiteraard dient dit gemotiveerd te worden. Het ophogen kent vier varianten: ophogen i.v.m. extra activiteiten ophogen in verband met extra problematiek ophogen in verband met systeemgerichte begeleiding en ondersteunen van meerdere mensen in één indicatie ophogen in verband met extra administratieve handelingen en afstemming met derden van de begeleider Ophogen variant a. Extra activiteiten Extra tijd A1 administratie en financiën Het doornemen en ordenen van post, administratie op orde houden, financiën beheren, budget- en schuldenoverzicht bijhouden 15 minuten A2 coördineren en opstarten van ondersteuning Bijvoorbeeld bewindvoering, verhuizen, opstarten verslavingszorg of jeugdhulpverlening 1 uur A3 toeleiding arbeid en/of dagbesteding Het regelen van een passende voorziening qua werk/dagbesteding omdat er problemen zijn of omdat er nog geen passende voorziening is gevonden 30 minuten A4 begeleiden van en naar afspraken 15 minuten excl vervoer A5 aanleren van vaardigheden 1 uur A6 persoonlijke verzorging Dit is niet lijfelijk gebonden verzorging en bij een niet medische oorzaak. Gericht op stimuleren, structureren en het aanleren van vaardigheden 30 minuten Ophogen variant b Extra problematiek Extra tijd B1 het maken van een vertaalslag tussen cliënt en derde wanneer er sprake is van een verminderde informatieverwerking Cliënt neemt erg moeilijk informatie op en dit kost meer tijd dan gebruikelijk, uitleg brieven waarna cliënt zelf keuze kan maken, herhalend uitleg geven (bijvoorbeeld bij een zintuigelijke beperking, verstandelijke beperking, NAH, dementie) 1 uur B2 visualiseren van informatie gericht op plannen en aanbrengen van structuur Zoals het gedetailleerd invullen van agenda onder begeleiding, pictogrammen gebruiken, dagprogramma maken (ipv week) 15 minuten B3 zeer wisselend beeld wat meer afstemming vraagt met behandelaar / betrokken instanties In te zetten bij gedragsproblematiek met wisselende uitingen zoals borderline of bij veranderlijke situaties. Denk ook aan een cliënt die zorgmijdend is met gedragsproblematiek wat meer inzet van een begeleider vraagt 30 minuten B4 medische en/of psychiatrische problematiek waardoor er meer afspraken dan gebruikelijk zijn met professionals 15 minuten in combinatie met A4 B5 ernstige psychiatrische of cognitieve problematiek wat meer directe begeleiding vereist 30 minuten Ophogen variant c systeemgerichte begeleiding en ondersteunen van meerdere mensen in één indicatie Extra tijd C1 betrekken van gezinsleden bij de geleverde begeleiding of zelfs begeleiden van gezinsleden op één indicatie Systeemgerichte begeleiding inzetten die zich richt op bijvoorbeeld familieleden zodat zij leren om te gaan met de beperkingen van de cliënt of inzetten bij een echtpaar die beide begeleiding nodig hebben maar een vergelijkbare hulpvraag hebben. 30 minuten tot 1 uur per gezinslid C2 extra signaalfunctie afstemming met jeugd indien nodig 15 minuten Ophogen variant d extra administratieve handelingen en afstemming met derden van de begeleider Extra tijd D1 afstemmingstaken in verband met parallel lopende behandeling 15 minuten D2 afstemmingstaken in verband activeren / versterken van het sociaal netwerk 15 minuten D3 afstemmingstaken in verband met werk en/of dagbesteden 15 minuten Persoonlijke verzorging: Omvat het ondersteunen bij of aanleren van vaardigheden op het gebied van de persoonlijke verzorging. Vanuit de Wmo wordt persoonlijke verzorging afgegeven in de vorm van individuele begeleiding. Daarnaast kan er kortdurende inzet van lijflijk gebonden ondersteuning via de Wmo ingezet worden gericht op het aanleren van vaardigheden. Om in aanmerking te komen voor persoonlijke verzorging dient te zijn vastgesteld dat cliënt: beperkingen heeft op het gebied van persoonlijke zorg en de vaardigheden/kennis mist om de persoonlijke zorg zelfstandig uit te voeren en de regievoering hierin overgenomen dient te worden. De cliënt is leerbaar en kan uiteindelijk zelfstandig de persoonlijke verzorgingstaken uitvoeren. Groepsbegeleiding wordt ook vaak dagbesteding genoemd. Deze groepsvormen zijn nadrukkelijk anders dan welzijnsactiviteiten, ook al zijn er wel overeenkomsten. Groepsbegeleiding is programmatisch (met een vast dag en/of weekprogramma), methodisch (een methode voor werken met de doelgroep als basis) met een welomschreven doel en gericht op het structureren van de dag en/of het oefenen met vaardigheden die de zelfredzaamheid bevorderen. De groepsbegeleiding is gericht op het structureren van de dag, op praktische ondersteuning waaronder bijvoorbeeld het oefenen van vaardigheden die de zelfredzaamheid bevorderen. De ondersteuning houdt een structurele tijdsbesteding in met een welomschreven doel en een methodische aanpak waarbij de cliënt actief wordt betrokken en die hem zingeving verleent. De activiteiten moeten gericht zijn op het bevorderen van zelfredzaamheid en een passende vorm van maatschappelijke participatie. Waar maatschappelijke participatie buiten de dagopvang niet mogelijk of gewenst is en voorliggende voorzieningen voldoende zijn onderzocht maar niet toereikend zijn kan een cliënt in aanmerking komen voor groepsbegeleiding. De begeleiding is gericht op het opbouwen/onderhouden van contacten en een betekenisvolle invulling van de dag. Het bieden van activiteiten met als doel het aanbrengen van structuur, participatie en bevorderen van zelfredzaamheid en cognitieve vaardigheden, het voorkomen van sociaal isolement en het ontlasten van mantelzorgers. Cliënten die in aanmerking kunnen komen voor groepsbegeleiding zijn: cliënten met een beperking of een chronisch psychisch of psychosociaal probleem, en die niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk voldoende zelfredzaam is of in staat participatie. Dagbesteding mag niet worden verward met dagbehandeling. Bij dagbehandeling staat niet de begeleiding, maar de behandeling centraal. Dagbehandeling valt on der de Zvw. Niet alle groepsvormen vergen evenveel begeleiding. De cliëntgroepen PSY, PG-SOM en LG-VG vragen soms om hele specifieke begeleiding, ook in groepsverband. Daarnaast bestaan er binnen de dagbesteding weer allerlei varianten, globaal te verdelen in belevingsgerichte en arbeidsmatige activiteiten. Bij groepsbegeleiding maken we daarom een onderscheid tussen: belevingsgerichte dagbesteding arbeidsmatige dagbesteding De arbeidsmatige dagbesteding is een voorziening passend binnen de kaders van de Wmo 2015 en de Jeugdwet. Arbeidsmatige dagbesteding zorgt ervoor dat cliënten arbeidsprestatie naar vermogen onder begeleiding kunnen verrichten zonder arbeidscontract. De activiteiten zijn gericht op productie en/of dienstverlening. De begeleiding is enerzijds gericht op ondersteuning, coaching (motivatie, aanleren werknemersvaardigheden) en anderzijds op het creëren van veiligheid en structuur. Arbeidsmatige dagbesteding omvat activiteiten ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en (arbeids)participatie voor cliënten van West-Friesland die daartoe op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit hun sociale netwerk, niet of onvoldoende in staat zijn. De arbeidsmatige dagbesteding is afgestemd op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon met verstandelijke dan wel fysieke beperking, chronische psychische of psychosociale problemen. Onder arbeidsmatige dagbesteding valt ook de begeleiding die gegeven wordt aan scholieren, in het bijzonder Praktijkonderwijs (Pro) en Voortgezet speciaal onderwijs (Vso). De mogelijke opbrengst van de productie en/of dienstverlening kan worden ingezet als bijdrage aan de kosten van de aanbieder. Voor de cliënt heeft deze vorm van dagbesteding veelal de functie van werk, zonder daarvoor loon te ontvangen. Een dag kent twee dagdelen. Een dagdeel kent minimaal 3,5 uur directe ondersteuning (exclusief reistijd van cliënt). Tijdens de dagbesteding kan geen individuele begeleiding worden ingezet. Het doel van arbeidsmatige dagbesteding is de cliënt te laten participeren in de samenleving door het leveren van een arbeidsprestatie naar vermogen onder begeleiding. Dit kan zowel individueel als in groepsverband. Met de cliënt worden gerichte afspraken gemaakt, onder andere over het aantal uren dat de cliënt werkzaam is, het tijdstip en de werkzaamheden die verricht worden. Deze worden vastgelegd in een overeenkomst tussen cliënt en zorgaanbieder. Deze overeenkomst maakt onderdeel uit van het ondersteuningsplan. Het gaat om onbetaalde werkzaamheden. De arbeidsmatige activiteiten zijn gericht op: persoonlijke ontplooiing en verkenning van individuele mogelijkheden; het aanleren en/of onderhouden van arbeidsvaardigheden; er is een stimulerende leer-en oefenomgeving; de bevordering van de maatschappelijke (her-)integratie van cliënten met psychiatrische en/of psychische problemen, en een stabiliserend effect op het dagelijks leven van de cliënten en dragen op die manier bij aan het voorkomen van isolement en terugval. Deze vorm van dagbesteding moet bijdragen aan de mogelijkheid om uit te stromen naar begeleid of ondersteund werk, betaald werk, vrijwilligerswerk. Arbeidsmatige dagbesteding is voor cliënten van alle gemeenten in Westfriesland die 16 jaar of ouder zijn. Als gevolg van zijn beperking kan de cliënt niet (meer) of nog niet werken. Daarnaast kan de cliënt ook geen gebruik maken van regulier onderwijs of van de basisvoorzieningen op het gebied van participatie, omdat gespecialiseerde begeleiding en/of toezicht gedurende de activiteiten noodzakelijk is. Iemand komt in aanmerking voor arbeidsmatige dagbesteding als hij/zij: niet voldoende vaardig is om structuur aan te brengen of regie te voeren in het dagelijks leven, en veel, maar niet continue, begeleiding nodig heeft tijdens de arbeidsmatige dagbesteding, en geen of zeer geringe loonvormende arbeidsprestatie kan leveren door het ontbreken van werkvaardigheden als gevolg van beperkingen. heeft een servicegerichte en klantvriendelijke instelling; heeft een correcte werkhouding; kan veranderingen opmerken en heeft aandacht hiervoor; heeft kennis (of ervaring) met betrekking tot de omgang met specifieke doelgroepen (bijvoorbeeld mensen met een lichamelijke beperking, verstandelijke beperking, psychisch (sociale) problematiek); beheerst de Nederlandse taal in woord en geschrift; heeft respect voor geloofsovertuiging en/of leefwijze van de cliënt; kan discreet omgaan met vertrouwelijke informatie. Het bieden van een werkomgeving waarin de capaciteiten van de cliënt optimaal gebruikt en ontwikkeld worden en waarvan het veiligheidsrisico is bepaald. Een takenpakket dat passend is bij de (ontwikkelings)mogelijkheden van de cliënt. Begeleiding door een professional, eventueel aangevuld met vrijwilligers. De zorgleverancier werkt op basis van een, met cliënt en/of mantelzorger opgesteld en ondertekend ondersteuningsplan. Dit plan bevat de te behalen doelen/resultaten en de verwachte duur van de begeleiding. Het ondersteuningsplan dient te worden ingediend bij het college Dagbesteding is een voorziening passend binnen de kaders van de Wmo 2015. Het doel is dat de cliënt (zo lang mogelijk) een zelfstandig leven leidt. Dagbesteding is een structurele tijdsbesteding met een vaste regelmaat. Er is een goed geformuleerd doel per cliënt en er wordt gewerkt middels een methodische aanpak in de groep. De cliënt wordt actief betrokken en de dagbesteding is voor de cliënt een betekenisvolle activiteit. Een dag kent twee dagdelen. Een dagdeel kent minimaal 3,5 uur directe ondersteuning (exclusief reistijd van cliënt). Tijdens de dagbesteding kan geen individuele begeleiding worden ingezet. Belevingsgerichte dagbesteding is een activiteit in groepsverband. De dagbesteding is afgestemd op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de cliënten - waar mogelijk - gericht op deelname aan de (lokale) samenleving. De activiteiten zijn gericht op de beleving van de cliënten, en niet op prestatie of productie. Het accent ligt hierbij meer op het stabiliseren van functioneren en voorkomen van verergering van klachten en betreft met name zingevende activiteiten van een eenvoudig niveau met extra aandacht voor sfeer, geborgenheid, veiligheid, ritme en regelmaat. Wanneer persoonlijke verzorging gedurende de dagbesteding noodzakelijk is en dit geen geneeskundige zorg betreft, dan dient deze door de begeleider geboden te worden als integraal onderdeel van de dagbesteding. De voorziening draagt bij aan verlichting van sociaal isolement van de betreffende cliënt, of aan verlichting van de zorg thuis door mantelzorgers. Beoogde resultaten kunnen zijn (afhankelijk van de grondslag van de cliënt): Verlichten, voorkomen of opheffen van het sociaal isolement van de cliënt. Vergroten, in standhouden of zo lang mogelijk behoud van de zelfredzaamheid van de cliënt. Thuis wonen langer mogelijk maken op verantwoorde wijze. De draagkracht van de mantelzorgers blijft intact; overbelasting van mantelzorgers wordt voorkomen. Voorkomen van achteruitgang in fysieke, cognitieve en sociaalemotionele vaardigheden. Stabiliseren of afremmen van achteruitgang in het (zelfstandig) functioneren. Verminderen van (het ervaren van) beperkingen en stimuleren van persoonlijke ontwikkeling. Leren omgaan met fysieke, psychische en/of cognitieve beperkingen. Voorkomen van achteruitgang en het bevorderen van het behoud van (praktische) vaardigheden Bieden van structuur, activering tot zelfstandige of (zo mogleijk) vrijwilligerswerk, of deelname aan buurt- en wijkinitiatieven Voorkomen van achteruitgang van sociaal-maatschappelijke participatie en het bevorderen van het behoud daarvan Signalerende functie met betrekking tot de mogelijke andere ondersteuningsvragen, veiligheidsrisico’s en voorkomen van escalatie Cliënten van 18 jaar of ouder kunnen in aanmerking komen voor belevingsgerichte dagbesteding als: de cliënt beperkt zelfredzaam is door een lichamelijke, zintuiglijke, cognitieve, verstandelijke of psychiatrische beperking of een combinatie daarvan, en de cliënt als gevolg van de beperking of stoornis niet kan deelnemen aan betaald en begeleid werk of reguliere voorliggende voorzieningen, en er professionele begeleiding nodig is, mogelijk ook gericht op zelfzorg en/of communicatie. Cliënten met een somatische (SOM), psychiatrische (GGZ), psychogeriatrische (PG) aandoening/beperking, niet aangeboren hersenletsel (NAH), een verstandelijke (VG) en/of lichamelijke (LG) handicap met beperkingen op het terrein van en/of: sociale zelfredzaamheid; het bewegen en verplaatsen; het psychisch functioneren; het geheugen en de oriëntatie; het vertonen van probleemgedrag. heeft een servicegerichte en klantvriendelijke instelling; heeft correcte werkhouding; kan veranderingen opmerken en heeft aandacht hiervoor; heeft kennis (of ervaring) met betrekking tot de omgang met specifieke doelgroepen (bijvoorbeeld mensen met een lichamelijke beperking, verstandelijke beperking, psychisch (sociale) problematiek); beheerst de Nederlandse taal in woord en geschrift; moet zich kunnen legitimeren als medewerk(st)er van de zorgaanbieder; heeft respect voor geloofsovertuiging en/of leefwijze van de cliënt; kan discreet omgaan met vertrouwelijke informatie. Begeleiding door een professional met een minimaal afgeronde Mbo opleiding op minimaal niveau 4 in de gezondheids- of welzijnszorg (eventueel aangevuld met vrijwilligers). De beoogde zorgverlener werkt op basis van een, met cliënt en/of mantelzorger opgesteld en ondertekend ondersteuningsplan. Dit plan bevat de te behalen doelen/resultaten en de verwachte duur van de begeleiding. Het ondersteuningsplan dient conform het model Ondersteuningsplan te worden ingediend. De fysieke omgeving dient te zijn aangepast aan de mogelijkheden en beperkingen van de cliënt. De maximale groepsgrootte per professionele begeleider is 12 cliënten. Het indiceren van dagdelen is verdeeld over drie varianten, waarvan variant A de laagste is. Deze varianten zijn bedoeld als leidraad om te kunnen bepalen hoeveel dagdelen nodig zijn in een situatie. Het komt voor dat beperkingen zoals benoemd achter een variant ook gelden voor een andere variant. Bijvoorbeeld dreigende overbelasting thuissituatie kan ook worden opgelost met bijvoorbeeld twee dagdelen. Inzet dagbesteding is ook mogelijk als overgangssituatie naar WLZ c.q. opname. Variant A: 1 tot maximaal 4 dagdelen Cliënt is in staat om zelfstandig / met behulp van het eigen netwerk / voorliggende voorzieningen voldoende structurering aan te brengen aan minimaal vijf dagen van de week. Cliënt heeft onvoldoende vaardigheden om een volledige week te structureren en /of groepsgerichte ondersteuning wordt ingezet om vaardigheden te vergroten of aan te leren. Groepsgerichte ondersteuning kan worden ingezet om vereenzaming te voorkomen en het sociale netwerk te vergroten. Variant B: 4 tot maximaal 6 dagdelen Cliënt is in staat om zelfstandig / met behulp van eigen netwerk / voorliggende voorzieningen voldoende structurering aan te brengen aan minimaal 4 dagen van de week. Inzet van meer dan vier dagdelen zijn nodig omdat er sprake is van een lichte overbelasting van de thuissituatie, milde verstoorde zelfredzaamheid en/of aanleren van vaardigheden waar doelmatige ondersteuning bij nodig is. Variant C: 6 tot maximaal 9 dagdelen Cliënt is niet in staat om zelfstandig / met behulp van eigen netwerk / voorliggende voorzieningen zijn week zelfstandig te structureren en/of er is sprake van ernstige overbelasting van de thuissituatie en/of er is sprake van een ernstig ziektebeeld waardoor externe structurering van de volledige werkweek noodzakelijk is. Kortdurend verblijf (KDV) wordt ingezet als het noodzakelijk is de mantelzorger te ontlasten bij zorgtaken. KDV is te karakteriseren als logeren ter aanvulling op het wonen in de thuissituatie en niet als wonen in een instelling voor het grootste deel van de week of van het jaar. Daarnaast moet de cliënt zijn aangewezen op zorg met permanent toezicht. De activiteit bestaat uit het logeren in een instelling (verblijfscomponent) door de cliënt gedurende maximaal drie etmalen per week gedurende een kalenderjaar. Hiervan kan worden afgeweken. Denk hierbij aan vakantie of ziekte van de mantelzorger. Er worden twee varianten gehanteerd: Kortdurend verblijf exclusief individuele begeleiding en/of dagbesteding. Onder deze ondersteuningsvorm valt de verblijfscomponent. De vergoeding betreft de huisvestings- en verblijfskosten, waarbij in ieder geval de volgende kosten zijn inbegrepen: huishoudelijke verzorging; keuken(personeel); facilitaire dienst; dagelijkse welzijnsactiviteiten. Per etmaal wordt ten minste drinken, een ontbijt, lunch en avondmaaltijd aangeboden aan de cliënt. Kortdurend verblijf inclusief individuele begeleiding en/of dagbesteding Deze ondersteuningsvorm bestaat uit twee delen: de verblijfscomponent (gelijk aan 1), inclusief ondersteuning in de vorm van individuele begeleiding en/of dagbesteding, in passende mate voor de desbetreffende cliënt. Het gaat om cliënten met een leeftijd vanaf achttien jaar. Cliënten met een somatische (SOM), psychiatrische (GGZ), psychogeriatrische (PG) aandoening/beperking, niet aangeboren hersenletsel (NAH), een zintuigelijke (ZG), verstandelijke (VG) en/of lichamelijke (LG) handicap met beperkingen op het terrein van en/of: sociale zelfredzaamheid; het bewegen en verplaatsen; het psychisch functioneren; het geheugen en de oriëntatie; het vertonen van probleemgedrag. Een cliënt kan gedurende maximaal drie etmalen per week in aanmerking komen voor kortdurend verblijf als: de cliënt is aangewezen op ondersteuning met permanent toezicht en begeleiding gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, en de mantelzorger door het overstijgen van het gebruikelijke, redelijkerwijs van hem te verwachten toezicht overbelast dreigt te worden. heeft een servicegerichte en klantvriendelijke instelling; heeft correcte werkhouding; kan veranderingen opmerken en heeft aandacht hiervoor; heeft kennis (of ervaring) met betrekking tot de omgang met specifieke doelgroepen, bijvoorbeeld mensen met een lichamelijke beperking, verstandelijke beperking, psychisch (sociale) problematiek); beheerst de Nederlandse taal in woord en geschrift; heeft respect voor geloofsovertuiging en/of leefwijze van de cliënt; kan discreet omgaan met vertrouwelijke informatie. Voor het uitvoeren van werkzaamheden gelden specifieke opleidingseisen: Minimaal afgeronde Mbo opleiding op minimaal niveau 4 in de gezondheids- of welzijnszorg aangevuld met minimaal 1 jaar werkervaring met één of meerdere van de bovenstaande doelgroepen. Voor de locatie van het verblijf gelden de volgende uitgangspunten: Degene die de zorg levert biedt een veilig omgevingsklimaat waarin de veiligheid van de cliënt in de breedste zin van het woord is geborgd. Het verblijf is passend bij de doelgroep: zit/slaapvoorzieningen worden aangepast aan de zorgbehoefte van de cliënt; de locatie waar het aanbod plaatsvindt voldoet aan alle wettelijke eisen; er zijn rolstoeltoegankelijke douche/toiletvoorzieningen aanwezig indien relevant voor de cliënt; er is alarmering op de kamer aanwezig indien relevant voor de cliënt. Men kan in aanmerking komen voor kortdurend verblijf wanneer de cliënt gezien de zorgbehoefte aangewezen is op zorg gepaard gaand met permanent toezicht. Permanent toezicht kan verschillende doelen hebben en verschillen in intensiteit. Afhankelijk daarvan kan de toezichtfunctie op verschillende manieren vorm krijgen. Het toezicht kan gericht zijn op: het bieden van fysieke zorg aan de cliënt zodat tijdig kan worden ingegrepen bij bijvoorbeeld valgevaar, of complicaties bij een ziekte; het verlenen van zorg aan de cliënt op frequente en/of ongeregelde tijden, omdat de cliënt zelf niet (meer) in staat is om hulp in te roepen; het bij de cliënt preventief ingrijpen van gedragsproblemen (voorkomen van escalatie en gevaar). de cliënt is gedurende maximaal drie etmalen per week per kalenderjaar op deze zorg aangewezen; er is sprake van (dreigende) overbelasting van de persoon die gebruikelijke zorg of mantelzorg aan de cliënt levert. Respijtzorg kan tijdelijk worden ingezet voor perioden langer dan drie etmalen per week. Denk bijvoorbeeld aan twee weken aaneensluitend opvang zodat mantelzorgers op vakantie kunnen. Evenwel blijft de beoordeling van de noodzaak voor het aanvragen van een Wlz-indicatie van toepassing. Kortdurend verblijf onder de Wmo omvat verblijf, slapen, maaltijd(-verzorging) en toezicht en ondersteuning bij de dagelijkse activiteiten. Als een cliënt tijdens het verblijf ook verpleging en persoonlijke verzorging nodig heeft, dan valt dit deel van de begeleiding onder de Zvw. Wanneer een cliënt een Wlz-indicatie heeft, valt de logeeropvang om de mantelzorger te ontlasten ook onder de Wlz. Indien er geen Wlz-indicatie is, maar er wel permanent toezicht of 24-uurs nabijheid nodig is, dan dient er een indicatie te worden aangevraagd bij het CIZ of bij Beschermd wonen indien er een psychiatrische grondslag ligt. Kortdurend verblijf is bedoeld om de mantelzorger te ontlasten, niet voor acute opvang in crisissituaties. Acute opvang in crisissituaties valt onder spoedzorg. De cliënt is zelf verantwoordelijk voor het vervoer van en naar de instelling voor kortdurend verblijf. Indien hier geen mogelijkheden toe zijn, dan kan er apart vervoer geïndiceerd worden. voorkomen of verminderen van (dreigende) overbelasting van mantelzorgers, gebruikelijke zorger(s), en/of gezinsleden mogelijk maken mantelzorg te kunnen volhouden zodat plaatsing in een instelling wordt uitgesteld het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren bieden van dagstructuur of ondersteuning bieden van een verzorgende, sfeervolle en veilige omgeving voor dag en nacht. Kortdurend verblijf kan maximaal drie etmalen worden verstrekt als er permanent toezicht nodig is en de mantelzorger overbelast dreigt te raken, of als ouders boven-gebruikelijke hulp verlenen aan hun kinderen. Bij permanent toezicht is er sprake van actieve observatie met als doel dreigende ontsporing in het gedrag of de gezondheidssituatie tijdig te signaleren, waardoor escalatie van gevaarlijke en (levens)bedreigende situaties kunnen worden voorkomen. Bijvoorbeeld kinderen met een lichamelijke beperking waarbij ouders actief de vitale functies van het kind moeten controleren. Het kan ook gaan om constante zorg of zorg op ongeregelde tijdstippen; bijvoorbeeld voor iemand met een ernstige hartaandoening of dementie. Bij meer dan drie etmalen in een instelling is er sprake van opname waarvoor een indicatie op grond van Wlz moet worden gesteld. Het is denkbaar dat hierop in specifieke situaties een uitzondering kan worden gemaakt, bijvoorbeeld om de vakantie voor een mantelzorger mogelijk te maken. Eerst moet echter altijd worden beoordeeld in hoeverre er andere voorzieningen zijn om in de zorgbehoefte te voorzien. Het kan dan gaan om sociale alarmering, vrijwilligers- en mantelzorgondersteuning of respijtzorg vergoed door de ziektekostenverzekeraar. Wanneer tijdens het kortdurend verblijf verpleging nodig is moet hiervoor apart een indicatie op grond van de Wlz worden geïndiceerd. Behandeling behoort nadrukkelijk niet bij kortdurend verblijf. De cliënt is zelf verantwoordelijk voor vervoer van en naar de instelling voor kortdurend verblijf.

Rechtspraak bij dit artikel