Naar hoofdinhoud
1.. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van deze verordening te herinneren; een deelnemer aan de vergadering hem interrumpeert; de voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog mag afronden. 2.. Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk onbevoegdelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de spreker hieraan geen gevolg geeft kan de voorzitter hem tijdens de vergadering waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. 3.. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten. 4.. De voorzitter kan de raadscommissie voorstellen aan een commissielid dat door zijn gedragingen de eregelde gang van zaken belemmert het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel ordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het commissielid de vergadering onmiddellijk. Zo odig doet de commissievoorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het commissielid ovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.

Rechtspraak bij dit artikel