Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 3.1

Algemene bepalingen inzake subsidiëring van beeldbepalende panden en objecten

Onderdeel van Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Eijsden-Margraten houdende regels omtrent subsidies cultureel erfgoed Subsidieverordening Cultureel Erfgoed

1.. Voor subsidie komen in aanmerking: Onderhouds-, restauratie- of instandhoudingswerkzaamheden aan bijzondere onderdelen van beeldbepalende panden zoals beschreven in de beschrijving van het beeldbepalend pand in het bestemmingsplan; Onderhouds-, restauratie- of instandhoudingswerkzaamheden aan beeldbepalende objecten. 2.. Aanvragen dienen te worden ingediend vóór 1 april van het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd. 3.. Per beeldbepalend pand of object kan maximaal 1 maal per 10 jaar subsidie verleend worden. 4.. Het totale subsidieplafond voor deze categorie bedraagt jaarlijks €8.500,- Dit bedrag wordt jaarlijks afhankelijk van de hoeveelheid ingediende aanvragen naar evenredigheid verdeeld, met per project een maximum van 60% van de totale door de gemeente vastgestelde subsidiabele kosten. 5.. De subsidieaanvraag en -verlening vindt plaats op basis van een projectplan en projectbegroting en conform de algemene bepalingen van Art. 1 van deze verordening. 6.. De werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd overeenkomstig het vastgestelde projectplan. 7.. De subsidieontvanger dient binnen zes maanden na ontvangst van de subsidiebeschikking te starten met de feitelijke werkzaamheden aan het beeldbepalend pand of object. 8.. Nadat besluit tot subsidie is genomen, kan aan de eigenaar op basis van door de eigenaar ingediende overzichten van gemaakte kosten, die vergezeld gaan van kopieën van de rekeningen, voorschotten verstrekken van het totaal verleende subsidiebedrag. De voorschotten worden uitgekeerd voor zover de rekeningen werkzaamheden betreffen die in overeenstemming zijn met het projectplan. 9.. De eigenaar bericht zo spoedig mogelijk aan het college van burgemeester en wethouders indien er zich omstandigheden voordoen die van invloed kunnen zijn op de beslissing inzake de subsidie, onder overlegging van de relevante stukken. 10.. De eigenaar is verplicht na afloop van de werkzaamheden waarvoor subsidie is verleend, het beeldbepalend pand of object te bewaren en te onderhouden in de staat waarin het door de werkzaamheden waarvoor subsidie is verleend, is gebracht. 11.. Indien het beeldbepalend pand of object na subsidieverlening in eigendom wordt overgedragen is de subsidie aanvrager gehouden om de afronding van de gesubsidieerde werkzaamheden en de instandhoudingsverplichting aan zijn rechtsopvolger als kettingbeding op te leggen. 12.. Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing verlenen van één of meer bovenstaande voorwaarden, mits daartoe een schriftelijk verzoek is ingediend. 13.. Ten behoeve van de definitieve vaststelling van de gemeentelijke subsidie en afronding van het project moet de eigenaar binnen 2 weken na voltooiing van het project een verzoek tot vaststelling indienen door middel van een overzicht van de daadwerkelijk gemaakte subsidiabele kosten. 14.. Bij de vaststelling blijven de kosten, die niet reeds in de toezegging als subsidiabele kosten zijn aangemerkt, buiten beschouwing.

Rechtspraak bij dit artikel