Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 10

Ontheffing voor stadsdistributie

Onderdeel van Beleidsregel verkeersontheffingen gemeente Utrecht

1. Aan een aanbieder van stadsdistributie, zijnde een goederenvervoerder die voldoet aan de voorwaarden in het tweede tot en met het achtste lid, wordt een ontheffing verleend voor het rijden met een voertuig: a. in een gesloten gebied of voetgangersgebied in de binnenstad buiten de venstertijden voor laden en lossen, en b. over busbanen en -stroken die liggen op de directe route van het aanneem-overslagcentrum als bedoeld in het vierde lid naar de binnenstad en in de binnenstad zelf. 2. Een aanbieder van stadsdistributie verzorgt op één of meer aanneem-/overslagcentra de inslag, overslag, uitslag, fijndistributie en collectie van aangeboden goederen, bestemd voor of afkomstig uit de binnenstad en is daartoe gerechtigd op grond van de Wet wegvervoer goederen. 3. Een aanneem-/overslagcentrum als bedoeld in het tweede lid voldoet aan de volgende criteria: a. het aanneem-/overslagcentrum is goed bereikbaar voor alle gangbare voertuigen in het wegtransport; b. het aanneem-/overslagcentrum ligt binnen 5 kilometer van een rijksweg, en c. het aanneem-/overslagcentrum is op werkdagen minimaal 16 uur per etmaal geopend voor het overdragen van goederen. 4. In elk geval één aanneem-overslagcentrum als bedoeld in het tweede lid is gelegen binnen een straal van 10 kilometer van de binnenstad. 5. Een ieder dient, zonder voorselectie of onderscheid in behandeling, een zending voor vervoer bij een aanbieder van stadsdistributie aan te kunnen bieden, wanneer deze zending voldoet aan de volgende voorwaarden: a. het gaat om één of meer colli van maximaal 30 kg per collo die al dan niet zijn aangeleverd op pallets van maximaal 500 kg per pallet of in rolcontainers van maximaal 300 kg per container; b. de zending dient door één persoon te kunnen worden behandeld; c. de zending behoort niet tot de in het zesde lid genoemde goederen; en d. de zending omvat niet een complete vrachtwagenlading. 6. Een aanbieder van stadsdistributie is niet verplicht om de volgende goederen te vervoeren: a. verse goederen, zoals groenten, fruit, bloemen en brood; b. bulkgoederen, zoals zand, grind en meel; c. als bulk vervoerde vloeistoffen, tenzij deze zijn verpakt overeenkomstig het vijfde lid, onder a; d. gekoelde en/of bevroren producten; e. brandstoffen; f. afval; g. hangend vervoer; h. zendingen die niet voldoen aan de voorwaarden uit het vijfde lid. 7. Een aanbieder van stadsdistributie voldoet aan de eisen voor schoon vervoer uit het Raamwerk Zero Emission Stadsdistributie Utrecht (ZES). 8. Per Utrechts stadsdistributiecentrum dienen in de binnenstad, gemiddeld over de werkweek, minimaal 100 adressen per dag te worden bediend. 9. Een aanbieder van stadsdistributie overlegt bij zijn aanvraag een bedrijfsplan, waaruit blijkt dat op een verantwoorde wijze het volgende is geregeld: a. het in ontvangst nemen van af te leveren zendingen; b. het in behandeling nemen van opdrachten tot afhalen van zendingen; c. de wijze van bezorging van de aangeboden zendingen; d. de overdracht van de afgehaalde zendingen aan de opdrachtgever; e. de wijze van verrekening van de vracht- en overige kosten; f. de wijze waarop de algehele aansprakelijkheid is geregeld; g. de wijze waarop wordt voldaan aan de vervoersplicht; h. het toe te passen systeem van 'tracking en tracing' van zendingen, waarin minimaal de volgende elementen herkenbaar moeten zijn: 1⁰. de vastlegging van relevante gegevens (gescheiden in voor-/nacontrole en data-entry) met betrekking tot de in-, over- en uitslag; 2⁰. de klantenservice, en 3⁰. de administratie; i. op welke wijze de aanbieder van stadsdistributie ervoor zorgt dat hij zo min mogelijk gebruik maakt van zijn ontheffing en op welke wijze gebruik wordt gemaakt van goederenuitgiftepunten rondom de binnenstad; j. de wijze waarop bundeling op langere afstand wordt bevorderd; k. de wijze waarop er actief gecommuniceerd wordt over de SDC-functie (marketingparagraaf). 10. Per aanbieder van stadsdistributie worden ten hoogste 5 ontheffingen verleend. 11. Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid wordt verleend voor een periode van 2 jaar.

Rechtspraak bij dit artikel