Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 17

Ontheffing aslast-, breedte-, hoogte- en lengtebeperking en vrachtautoverbod

Onderdeel van Beleidsregel verkeersontheffingen gemeente Utrecht

1. Een ontheffing van een breedte- of lengtebeperking of van het vrachtautoverbod kan worden verleend indien er een noodzaak is en er in redelijkheid geen alternatieven zijn om de bestemming te bereiken of de activiteit uit te voeren. 2. Een ontheffing van de aslastbeperking op (delen van) straten waaronder zich geen (kwetsbare) werf- of straatkelders bevinden of waarop zich geen kwetsbare infrastructuur of kunstwerken (o.a. bruggen) bevinden, kan worden verleend indien er een noodzaak is en er in redelijkheid geen alternatieven zijn om de bestemming te bereiken of de activiteit uit te voeren. 3. . De aanvrager toont naar genoegen van het college van burgemeester en wethouders de noodzaak voor de ontheffing aan én dat er in redelijkheid geen alternatieven zijn om de bestemming te bereiken of de activiteit uit te voeren. 4. . Een ontheffing van de aslastbeperking voor een deel van de weg waarin kunstwerken (o.a. bruggen) of kwetsbare infrastructuur, of kwetsbare werf- of straatkelders liggen, wordt in beginsel niet verleend. In uitzonderlijke gevallen kan hiervan worden afgeweken. De aanvrager toont naar genoegen van het college van burgemeester en wethouders de noodzaak voor de ontheffing aan, dat er in redelijkheid geen alternatieven zijn om de bestemming te bereiken of de activiteit uit te voeren én dat er geen schade aan kunstwerken, infrastructuur of werf- en straatkelders kan ontstaan. 5. . Van een noodzaak als bedoeld in het eerste, tweede en vierde lid is in elk geval sprake indien het gaat om bouw-, installatie- of reparatiewerkzaamheden. Alternatieven zoals bedoeld in het eerste, tweede en vierde lid, kunnen onder meer zijn het inzetten van kleinere of andere typen voertuigen en materieel, bevoorrading via het water van materiaal en materieel of anderszins mogelijke alternatieven om op de locatie te komen en/of de route te rijden, en/of het op alternatieve wijze uitvoeren van bouw-, installatie- of reparatiewerkzaamheden. 6. . Van de hoogtebeperking wordt geen ontheffing verleend. 7. . Een ontheffing als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt verleend voor de duur die nodig is om de bestemming te bereiken (en weer te verlaten) en/of de activiteit uit te voeren. Wanneer sprake is van terugkerende activiteiten kan de ontheffing worden verleend voor een periode van maximaal 2 jaar. 8. . Een ontheffing als bedoeld in vierde lid wordt verleend voor de duur die nodig is om de bestemming te bereiken (en weer te verlaten) en/of de activiteit uit te voeren.

Rechtspraak bij dit artikel