1. Aan een aanbieder van stadsdistributie, die voldoet aan de voorwaarden in het tweede en derde lid, wordt een ontheffing verleend voor het rijden met een voertuig:
a. in een gesloten gebied binnen de singels buiten de venstertijden voor laden en lossen, en
b. over busbanen en -stroken die liggen op de directe route van de logistieke faciliteit naar de binnenstad en in de binnenstad zelf.
2. Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid wordt alleen verleend aan een aanbieder van stadsdistributie die gebruik maakt van een logistieke faciliteit en die faciliteit:
bereikbaar is voor al het gangbare wegtransport, waaronder ten minste wordt verstaan:
Trekker-oplegger combinatie;
Bakwagen (eventueel met aanhanger);
Bestelauto;
Auto;
Lichte elektrische vrachtvoertuigen;
Vrachtfietsen;
ligt binnen 5 kilometer van de dichtstbijzijnde afslag van een rijksweg;
ligt binnen 10 kilometer van de binnenstad;
op werkdagen minimaal zestien uur per etmaal geopend is voor het overdragen van goederen.
3. Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid wordt alleen verleend aan een aanbieder van stadsdistributie die bij zijn aanvraag een bedrijfsplan overlegt, waaruit blijkt dat op een verantwoorde wijze het volgende is geregeld:
a. het in ontvangst nemen van af te leveren zendingen;
b. het in behandeling nemen van opdrachten tot afhalen van zendingen;
c. de wijze van bezorging van de aangeboden zendingen;
** d. .** de overdracht van de afgehaalde zendingen aan de opdrachtgever;
** e. .** de wijze van verrekening van de vracht- en overige kosten;
** f. .** de wijze waarop de algehele aansprakelijkheid is geregeld;
** g. .** de wijze waarop wordt voldaan aan de vervoersplicht;
h. het toe te passen systeem van 'tracking en tracing' van zendingen, waarin minimaal de volgende elementen herkenbaar moeten zijn:
1⁰. de vastlegging van relevante gegevens (gescheiden in voor-/nacontrole en data-entry) met betrekking tot de in-, over- en uitslag;
2⁰. de klantenservice, en
3⁰. de administratie;
i. op welke wijze de aanbieder van stadsdistributie ervoor zorgt dat hij zo min mogelijk gebruik maakt van zijn ontheffing en op welke wijze gebruik wordt gemaakt van goederenuitgiftepunten rondom de binnenstad;
j. de wijze waarop bundeling op langere afstand wordt bevorderd;
k. de wijze waarop er actief gecommuniceerd wordt over de SDC-functie (marketingparagraaf).
l. Nieuwe toetreders geven in het bedrijfsplan aan op welke wijze zij zorgen na twee jaar te voldoen aan de gestelde criteria voor het verkrijgen van een ontheffing
4. Aan een ontheffing als bedoeld in het eerste lid worden voorschriften toegevoegd met betrekking tot de:
a. Goederen die de aanbieder van stadsdistributie verplicht is aan te nemen;
b. Hoeveelheid adressen die de aanbieder van stadsdistributie moet bedienen;
c. Data die de aanbieder van stadsdistributie ieder half jaar moet aanleveren.
5. Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid wordt voor maximaal 5 voertuigen per vestiging, die voldoet aan de voorwaarden onder lid 2, aan dezelfde aanbieder van stadsdistributie verleend.
6. Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid wordt verleend voor een periode van 2 jaar.
Hoofdstuk 2
Artikel 10
Ontheffing voor stadsdistributie
Onderdeel van Beleidsregel verkeersontheffingen gemeente Utrecht