Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college op de volgende beleidsterreinen:
welzijn, waaronder sociaal cultureel werk, opbouwwerk, ouderenwerk en jeugd- en jongerenwerk;
zorg;
sport;
kunst en cultuur;
educatie en onderwijs;
economische zaken;
recreatie en toerisme;
bouwen, wonen en monumenten;
milieu;
openbare orde en veiligheid;
verkeer en vervoer.
In afwijking van lid 1 is deze verordening niet van toepassing op subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen.
Ten aanzien van subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is kan het college bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is.