Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden

Onderdeel van Algemene subsidieverordening Someren 2018

Het college kan de subsidie weigeren in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de wet. Onverminderd het vorige lid kan het college de subsidie verder in ieder geval weigeren: voor zover de te subsidiëren activiteiten in strijd zijn met een wettelijke regeling; in het geval en onder de voorwaarden bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; voor zover activiteiten niet verenigbaar zijn met het gemeentelijke beleid; als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als de activiteiten onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen; als de activiteiten niet plaatsvinden binnen de gemeente; voor zover activiteiten primair gericht zijn op het uitdragen van levensbeschouwelijke of politieke overtuigingen; voor zover de activiteiten zijn gericht op het maken van winst; als de aanvrager een bij of krachtens deze verordening gestelde verplichting niet nakomt of als hij niet voldoet aan een daar gestelde voorwaarde om voor de subsidie in aanmerking te kunnen komen; voor zover de subsidie niet nodig is of als het college onvoldoende reden ziet om de subsidie te verlenen; in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen. Het college kan de subsidie deels of geheel intrekken, wijzigen, opschorten of terugvorderen ingeval van niet of niet-behoorlijke nakoming van bij of krachtens de wet of deze regeling gegeven voorschriften en aanwijzingen.

Rechtspraak bij dit artikel